Europa wordt niet Joods-vriendelijker
Door Rabbijn mr. drs. R. Evers -
18 februari 2026
Wat zich begin deze week afspeelde in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía in Madrid is geen incident. Het is een alarmsignaal. Drie oudere Israëlische vrouwen – toeristen, grootmoeders – werden uit het museum verwijderd omdat zij zichtbaar Joods waren. Bezoekers voelden zich “gestoord”. De oplossing? Niet de belagers tot orde roepen maar de Joden verwijderen. Dat is geen neutraliteit.
Wie in 2026 in een Europese hoofdstad uit een museum wordt gezet omdat hij of zij Joodse symbolen draagt, ervaart iets wat we hoopten nooit meer te hoeven benoemen. Het argument dat “anderen zich ongemakkelijk voelen” is een oude, giftige redenering. Het is dezelfde logica die Joden in het verleden uit universiteiten, parken en uiteindelijk uit landen verdreef: niet de haat aanpakken, maar het zichtbare Joodse leven beperken.
Antisemitisme in Spanje
Spanje draagt daarin een zware historische last. De schaduw van de Inquisitie en de massale verdrijving van de Joden in 1492 is nooit volledig verwerkt. Wanneer de huidige premier, Pedro Sánchez, zich de afgelopen maanden scherp tegen Israël positioneert en zelfs suggereert dat zijn land geen “nucleaire hefboom” heeft om Israël te stoppen, dan schept dat een moreel klimaat. Woorden van leiders sijpelen door naar de straat. Wat bovenin wordt gelegitimeerd, krijgt onderin ruimte.
In datzelfde Madrid arriveerde rabbijn en moheel (besnijder) Hayim Leiter om twee besnijdenissen te verrichten voor mannen die zich bij het Joodse volk aansloten. Dat deze ceremonies plaatsvonden rond Tisja Be’av, de Joodse nationale treurdag om de verwoesting van de beide Jeruzalemse Tempels en op Internationale Holocaustherdenkingsdag gaf zijn reis een beladen karakter. Nieuwe Joden verwelkomen op dagen waarop wij onze grootste tragedies gedenken: het is zowel een daad van hoop als van verzet.
In heel Europa zien we dat anti-Israëlretoriek steeds vaker naadloos overgaat in openlijk antisemitisme.
Maar zelfs deze vreugde moest zich verschuilen. De besnijdenissen vonden plaats in privéwoningen. Vrienden waarschuwden hem geen hoed te dragen om minder herkenbaar Joods te zijn op straat. Het detail is pijnlijk: een religieuze leider in Europa anno nu die zich afvraagt of hij zijn identiteit moet verbergen om problemen te voorkomen. Dat gevoel – “ben ik hier veilig als Jood?” – is op zichzelf al een aanklacht.
Leiter beschreef hoe hij bij aankomst zijn instrumenten moest tonen aan beveiliging. Zijn beroep roept vragen op, soms argwaan. Eerder in Oost-Europa werd hij als een risico behandeld. Deze keer wenste een medewerker hem succes en noemde zijn werk een prachtige, goede daad. Eén woord van de hotelreceptionist later – “sababa” – een informeel Hebreeuws “top” – brak even de spanning. Een klein gebaar van menselijkheid in een omgeving die politiek vijandig aanvoelt.
Structureel probleem
Maar laten we ons niet sussen door anekdotes van individuele vriendelijkheid. Het probleem is structureel. Wanneer Joodse toeristen uit een nationaal museum worden verwijderd vanwege hun identiteit, dan faalt een instelling in haar kernopdracht. Een museum dat kunst bewaart maar geen morele ruggengraat toont, verraadt zijn eigen missie. Kunst hoort vrijheid te ademen. Geen angst.
Het argument dat het hier slechts om “een incident” gaat, miskent de bredere trend. In heel Europa zien we dat anti-Israëlretoriek steeds vaker naadloos overgaat in openlijk antisemitisme. De grens tussen kritiek op een regering en vijandigheid tegenover Joden vervaagt gevaarlijk snel. Drie vrouwen met Joodse symbolen worden dan geen bezoekers meer, maar provocaties. Hun aanwezigheid wordt politiek gemaakt, hun identiteit problematisch. Dat is de omkering die we moeten weigeren te accepteren.
Joods leven hoort niet in achterkamers maar in het volle licht.
Spanje heeft de kans – en de plicht – om duidelijk te maken dat Joods leven zichtbaar en veilig mag zijn in het publieke domein. Dat Israëlische symbolen geen reden zijn voor verwijdering. Dat antisemitische intimidatie leidt tot sancties tegen de daders, niet tot uitsluiting van de slachtoffers.
En Europa als geheel moet beseffen dat het morele krediet van “nooit meer” niet onbeperkt is. Holocaustherdenkingen verliezen hun betekenis wanneer Joden zich opnieuw gedwongen voelen hun symbolen te verbergen.
De besnijdenis (briet mila) is het teken van een verbond dat millennia overleefde: vervolging, verdrijving, vernietiging. Dat juist in Madrid nieuwe leden tot dat verbond toetraden, is een stille triomf. Maar het mag geen ondergrondse triomf zijn. Joods leven hoort niet in achterkamers maar in het volle licht.
Wie werkelijk van diversiteit en mensenrechten spreekt, verdedigt ook het recht van drie oude vrouwen om met opgeheven hoofd een museum binnen te lopen – mét Joodse symbolen. Zonder angst. Zonder excuses. Zonder bewaker die hen naar buiten begeleidt omdat anderen zich storen aan hun bestaan.