Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Overpeinzingen bij de Holocaustherdenking

Door Rabbijn mr. drs. R. Evers - 

27 januari 2026

Holocaust

Foto: Canva Pro

Samen met koningin Beatrix was ik in Auschwitz tijdens de 60-jarige herdenking van de bevrijding op 27 januari 2005. Wij woonden die indrukwekkende herdenkingsplechtigheid bij, samen met overlevenden, andere staatshoofden en gasten. Namens Nederland legde de koningin een krans bij de monumenten op het kampterrein.

Ook dit jaar staan we weer stil op 27 januari. We buigen ons hoofd, leggen kransen, spreken plechtige woorden. Maar juist rond deze Internationale Holocaustherdenkingsdag voltrekt zich nu een stille maar gevaarlijke verschuiving: de Holocaust wordt herdacht zonder Joden. Niet ontkend in de klassieke zin, maar uitgehold, ontjoodst, herverpakt tot een vaag universeel drama waarin iedereen slachtoffer is – en niemand meer specifiek Joods.

Een Holocaust zonder Joden

De Holocaust was geen willekeurige tragedie van oorlog. Zij was een doelbewust, ideologisch gemotiveerd uitroeiingsproject tegen één volk, omdat het Joods was. Zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen werden niet vermoord vanwege hun opvattingen, hun gedrag of hun daden, maar vanwege hun bestaan. Wie dat feit wegpoetst, is niet bezig met nuance maar met vervalsing.

Toch gebeurt precies dat. In politieke toespraken, in onderwijsprogramma’s, in de media wordt steeds vaker gesproken over “slachtoffers van het nazisme” zonder te benoemen wie het belangrijkste doelwit waren. Joden verdwijnen in opsommingen van groepen en categorieën. Het resultaat is een Holocaust zonder Joden – en daarmee een herinnering zonder ruggengraat.

“Men zegt niet dat de Holocaust niet heeft plaatsgevonden. Men zegt dat de lessen ervan 'universeel' zijn, en dat Joden die lessen nu zelf zouden schenden.”

‘Universele’ lessen

Nog schrijnender is de toe-eigening van Joods leed door hedendaagse politieke bewegingen. Het beeld van Anne Frank met een keffiyeh is geen provocerende kunst, maar het overschrijden van een morele grens. Het is een omkering van dader en slachtoffer, een symbolische diefstal van herinnering. Anne Frank werd niet vermoord vanwege grenzen of conflicten, maar omdat zij Joods was. Haar naam en gezicht gebruiken om de Joodse staat te delegitimeren, is geen kritiek op beleid maar een ontkenning van geschiedenis.

Dit mechanisme is geraffineerd. Men zegt niet dat de Holocaust niet heeft plaatsgevonden. Men zegt dat de lessen ervan “universeel” zijn, en dat Joden die lessen nu zelf zouden schenden. Zo wordt het unieke kwaad van Auschwitz herleid tot een politiek argument tegen Israël. Het Joodse slachtoffer verandert in de verdachte.

Vernietigen of heropvoeden?

Juist hier raakt de herdenking van 27 januari aan een diepere, Bijbelse vraag: wil G’d onderdrukkers vernietigen of wil Hij hen heropvoeden?

De geschiedenis van Egypte 3338 jaar geleden biedt een onthutsende parallel. Egypte was schuldig aan slavernij, kindermoord en structurele ontmenselijking. Toch kwam de totale nederlaag niet meteen. Negen plagen gingen vooraf aan de tiende. Volgens klassieke Joodse uitleg waren die eerste plagen geen straf maar een waarschuwing. Het waren kansen tot inkeer. De deur stond open, zelfs voor de farao.

Pas toen alle waarschuwingen werden genegeerd, kwam de definitieve klap. Egypte verdween daarna uit de geschiedenis als grootmacht. Zijn piramides bleven maar zijn beschaving verloor haar ziel. Duitsland daarentegen, verantwoordelijk voor een ongekende misdaad, werd na 1945 niet van de aardbodem weggevaagd. Het werd geconfronteerd, heropgevoed, gedwongen tot herinnering en verantwoordelijkheid. En vandaag is Duitsland opnieuw een speler in de wereldgeschiedenis – niet vlekkeloos, maar wel met het besef dat Israël bestaansrecht heeft, en dat Joden nooit meer weerloos mogen zijn.

“Wie de Holocaust herdenkt zonder Joden, herdenkt iets anders.”

Dat verschil is geen toeval. Het wijst op een g’ddelijke pedagogiek die verder gaat dan straf. Niet vernietiging is het doel. Het gaat om morele transformatie. Niet de dood van de boosdoener vormt G’ds doel. Het gaat om zelfanalyse en bekering.

Maar die heropvoeding is geen eenmalig proces. Zij vereist voortdurende eerlijkheid. En precies die eerlijkheid ontbreekt wanneer de Holocaust wordt losgezongen van het Joodse volk of wanneer Joods lijden wordt gebruikt als wapen tegen Joodse zelfverdediging.

Hoe gedenken wij?

27 januari is geen Jom Hasjoa. Het is geen Joodse rouwdag in religieuze zin, maar een universele herdenkingsdag. Juist daarom rust er een zware verantwoordelijkheid op deze datum: universaliteit mag nooit betekenen dat het specifieke wordt uitgewist. Menselijkheid begint bij waarheid, niet bij abstractie.

Wie de Holocaust herdenkt zonder Joden, herdenkt iets anders. Wie Anne Frank tooit met symbolen van Joodse vijanden, spreekt niet over vrede maar over verdraaiing. En wie Israël het recht ontzegt zichzelf te verdedigen, heeft niets geleerd van 1945.

De vraag van 27 januari is daarom niet alleen wat wij herdenken, maar hoe. Gedenken wij om onszelf moreel te sussen, of om de waarheid onder ogen te zien – ook wanneer die ongemakkelijk is?

Bekijk ook deze interessante explainer over de vraag of de staat Israël een goedmakertje is voor de Holocaust.

Rabbijn-mr.-drs.-R.-Evers_avatar-90x90 (1)

De auteur

Rabbijn mr. drs. R. Evers

Rabbijn R. Evers was opperrabbijn in Düsseldorf. Hij maakte in de zomer van 2021 met zijn vrouw alija naar Israël. 

Doneren
Abonneren
Agenda