Afgelopen zondag waren mijn man Willem en ik in de oude Nederlandse Hervormde Kerk in Westbroek. Op een van de borden in de kerk staan de namen vermeld van de predikanten die daar gestaan hebben. De allereerste predikant stond al in 1577 in Westbroek om dienaar van het Woord te zijn.
Als je in zo’n oude kerk bent, besef je dat er in deze kerk al honderden jaren gelovigen zijn geweest. Ze hebben gezongen, gebeden en geluisterd naar Gods Woord. Je bent niet de eerste die hier in de kerk zit, duizenden zijn ons voorgegaan. Een wolk van getuigen omringt ons.
Het is inspirerend en bemoedigend om te lezen over gelovige mensen die ons zijn voorgegaan. Zondag zongen we het prachtige lied ‘‘k Heb geloofd en daarom zing ik’. Het is geschreven door de bekende Britse predikant Charles Wesley. Het is een van de ruim 6500 liederen die hij geschreven heeft. Hij is geboren in 1707 en gedurende honderden jaren is hij een zegen geweest voor vele gelovigen. En nog steeds zingen we zijn liederen. Met Kerst hebben we zijn prachtige lied ‘Hoor, de engelen zingen de eer van de nieuw geboren Heer’ gezongen. Charles Wesley hoort, met de engelen en de velen die ons zijn voorgegaan, bij de wolk van getuigen die ons omringen.
Zo heeft ook de familie Ten Boom getuigd van hun liefde voor God en Zijn volk. Al in 1844 begon de familie, samen met enkele andere gelovigen, te bidden voor Israël. Ze waren trouw aan Gods Woord, waar staat: "Bidt voor de vrede van Jeruzalem" (Psalm 122:6).
“Het nieuwe jaar begon de familie Ten Boom heel bewust samen met God. Vader Ten Boom las dan Psalm 91.”
De vader van Corrie ten Boom – Casper – was een zeer gelovig man. Precies honderd jaar nadat de familie begon te bidden voor de Joden, hebben velen van hen in zijn huis een schuilplaats gevonden. In 1943 en begin 1944 waren de plaatsen aan tafel gevuld met Joden en andere onderduikers. Hoewel de naziterreur buiten regeerde, begon vader Ten Boom iedere maaltijd met gebed en Bijbellezing. Voor hem was de Bijbel het meest waardevolle bezit dat hij in huis had. Hij heeft zich zijn hele leven laten leiden door het Woord van God.
Het nieuwe jaar begon de familie Ten Boom heel bewust samen met God. Vader Ten Boom las dan Psalm 91: "Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. Ik zeg tot de HEERE: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw."
Deze psalm heeft de familie Ten Boom bemoedigd toen hun huis op 28 februari 1944 werd overvallen en ze, samen met ongeveer twintig bezoekers, werden gearresteerd door de Duitse bezetter. Ze werden naar het dichtbij gelegen politiebureau gebracht en moesten daar de nacht doorbrengen. Jaren later herinnerde een op die dag dienstdoende agent zich nog hoe vredig de stemming van deze groep arrestanten was. Ook het feit dat vader Ten Boom psalm 91 voorlas, over God als schuilplaats, maakte diepe indruk. De volgende dag ging de groep op transport naar de gevangenis in Scheveningen.
“De wolk van getuigen bemoedigt en inspireert ons om moedig achter Jezus aan te gaan en Zijn liefde door te geven aan anderen. Ook aan Israël.”
In de Hebreeënbrief verwijst hoofdstuk 11 naar de vele geloofshelden uit het Oude Testament. Zij zijn een voorbeeld hoe zij, door het geloof, aan de beloften van God vasthielden. Het is een grote menigte die ons als het ware omringt als een wolk en ons inspireert om de wedloop van het geloof te lopen. Hebreeën 12:1: "Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt. Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het geloof."
Laten we de liefde die we zelf van God ontvangen, doorgeven aan elk mens dat op ons pad komt. Die liefde kan harten raken.
De Joodse schrijfster Hanny Michaelis (1922-2007) heeft voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog dagboeken bijgehouden. In haar postuum uitgegeven ‘Oorlogsdagboek’ beschrijft ze hoe ze als jonge Joodse vrouw bij verschillende christelijke gezinnen heeft kunnen onderduiken. Ze was daar heel dankbaar voor, maar als Joodse vrouw vond ze het niet altijd gemakkelijk om met de christelijke overtuiging van het onderduikgezin om te gaan.
Maar eens werd ze getroffen door de houding van het 12-jarig dochtertje van haar onderduikgezin. Het meisje wist niet dat Hanny onderduikster was. Maar als Hanny haar vertelt hoe moeilijk ze het soms heeft, en hoe eenzaam ze zich voelt, leeft het meisje erg met haar mee. Ze weet niet goed hoe ze Hanny helpen kan, maar ze zegt eenvoudig: "Ik kan maar een ding voor je doen en dat is bidden." In haar dagboek schrijft Hanny Michaelis: "Het ontroerde me uit de mond van een 12-jarig kind meer dan het me ooit uit die van een volwassene zou hebben gedaan, temeer omdat ik instinctief voelde, dat ze meende wat ze zei en geen mooi klinkende frases napraatte."
De wolk van getuigen bemoedigt en inspireert ons om moedig achter Jezus aan te gaan en Zijn liefde door te geven aan anderen. Ook aan Israël.