Sluiten

Zoeken.

De vastendag van Gedalja

Door Yoel Schukkmann - 

9 september 2021

De vastendag van Gedalja

Vandaag is de derde dag van de maand Tisjree. Het is de dag na Rosh HaShana en een vastendag genaamd ‘Tsom Gedalja’ - vastendag van Gedalja. Dit is een jaarlijkse vastendag die de Joodse geleerden hebben ingesteld ter herdenking van de moord op Gedalja ben Achikam. Als gevolg van deze moord werd het laatste overblijfsel van Joodse autonomie in het Heilige Land compleet vernietigd en werd de Babylonische ballingschap absoluut.

In dit artikel probeer ik u mee te nemen door de geschiedenis van deze minder bekende vastendag, de gebeurtenissen eromheen en de grote impact dat dit heeft gehad op de geschiedenis van het Joodse volk. Deze gebeurtenissen worden in de Bijbel beschreven in zowel 2 Koningen 25 en Jeremia 41 als in vele rabbijnse bronnen. De jaartallen vermeld in dit artikel zijn volgens de traditioneel Joodse bronnen; seculiere historici plaatsen deze gebeurtenissen eerder in de geschiedenis.

Begin van de Babylonische ballingschap

Toen Nebukadnezar Jeruzalem veroverde, nam hij koning Jojachin gevangen en benoemde hij zijn oom Zedekia in zijn plaats. Maar toen deze zo'n tien jaar later in opstand kwam, werd Jeruzalem en de Heilige Tempel in 424 vgj (voor gewone jaartelling) compleet vernietigd. Het koninkrijk Judea werd nu volledig onderworpen aan Babylonische heerschappij. Het grootste deel van de koninklijke familie en de adel werd gedood of gevangen genomen.

De hogere klassen van het Joodse volk, de belangrijkste priesterlijke, burgerlijke en militaire leiders, werden massaal afgevoerd naar Babylon. Velen van hen werden vermoord in Ribla. Nebukadnezar liet de armere klassen achter om het land te blijven bewerken. In tegenstelling tot de eerste verovering van Jeruzalem, negeerde hij deze keer de Davidische koninklijke familielijn, en stelde hij in 423 vgj een gewone ambtenaar aan als gouverneur om het Joodse overblijfsel te leiden.

Deze ambtenaar was Gedalja ben Achikam, wiens vader een belangrijke ambtenaar was in de vorige regering. Hij had de profeet Jeremia in het verleden gered van het volk (Jeremia 26:24). Zowel Achikam als zijn vader Sjafan waren door koning Josia aangesteld om de Thorarol te controleren die de priester Chilkia had gevonden tijdens reparaties aan de tempel (2 Kon. 22:12). Gedalja was dus niet van koninklijke komaf. Hij regeerde vanuit de stad Mizpa, ten noorden van het toenmalig verwoeste Jeruzalem. Archeologen hebben de naam van zijn grootvader op een zegel gevonden in de Stad van David, net buiten de muren van de Oude Stad in Jeruzalem.

Gedalja’s leiderschap

Nebukadnezar gaf de profeet Jeremia de keuze om in Judea te blijven of om naar Babylon te gaan – niet als een gevangene; maar als een geëerde gast van het Babylonische koningshuis. Jeremia koos ervoor om bij zijn broeders op heilige grond te blijven. Hij ging hierna naar Mizpa om Gedalja bij te staan met de herbouw van Judea. Mizpa werd nu het nieuwe geestelijke centrum van het volk.

Gedalja was een G-dvrezende man, rechtvaardig en bescheiden. Hij moedigde het volk aan om de velden en wijngaarden te bewerken. Onder zijn wijze bestuur begon de Joodse gemeenschap weer te bloeien. Zijn bekendheid begon zich snel buiten Judea te verspreiden. Veel Joden die tijdens de oorlog naar veilige plaatsen in naburige landen waren gevlucht, werden hierdoor aangetrokken en trokken daarom naar Mizpa om zich bij Gedalja aan te sluiten.

Onder het wijze bestuur van Gedalja begon de Joodse gemeenschap in Mizpa weer te bloeien.

De Joodse gouverneur spoorde iedereen aan om trouw te blijven aan de Babylonische koning en beloofde hen vrede en veiligheid. Een advies dat bij zowel zijn onderdanen, als ook in Babylon zeer goed viel. Het Babylonische garnizoen dat in Judea was gevestigd, viel de Joodse gemeenschap in deze periode nooit lastig. Het tegenovergestelde gebeurde zelfs: ze boden hen bescherming tegen vijandige buren. De Joodse gemeenschap was goed op weg naar compleet herstel, toen het plotseling werd getroffen door een laffe daad van verraad en bloedvergieten.

Verraad op Rosh HaShana

De jaloerse koning van het vijandige buurland Ammon zweerde samen met een Joodse bondgenoot om Gedalja te vermoorden. Jisjmael ben Netanja was een afstammeling van koning David via het koninklijk huis van Zedekia, de laatste koning van Judea. Hij was een ambitieuze man die voor niets stopte om zijn doel te bereiken. De eer en het succes dat Gedalja – een ‘simpele’ ambtenaar- had behaald, vervulden hem met wrede jaloezie.

Op een dag werd hij door de gouverneur zelf uitgenodigd om voor Rosh HaShana naar Mizpa te komen om deel te nemen aan een feestmaaltijd. Ook al was Gedalja meerdere keren gewaarschuwd voor Jisjmaels kwade intenties, wilde hij hier niets van horen. Hij dacht namelijk dat het slechts kwaadsprekerij was. In de zevende maand, de maand Tisjrie, kwam Jisjmael aan bij de feestmaaltijd in het gezelschap van tien volgelingen. Tijdens deze maaltijd sloegen zij toe. Nadat ze Gedalja hadden vermoord begonnen ze een verschrikkelijk bloedbad. Vele belangrijke volgelingen van Gedalja werden, samen met het kleine Chaldeeuwse (Babylonisch) garnizoen dat in Mizpa gestationeerd was, door Jisjmael en zijn volgelingen vermoord. Hierna verlieten ze de stad met vele gevangenen.

Jochanan, een toegewijde officier van Gedalja die hem had gewaarschuwd voor Jisjmael, riep meteen versterkingen in en achtervolgde de moordenaars. Ze haalden hen in bij Gibeon en slaagde erin de gevangenen te bevrijden. Jisjmael wist met enkele volgelingen te ontsnappen naar het land Ammon; waar hij tot aan het eind van zijn leven ongestraft heeft kunnen wonen.

Vluchten of blijven?

Egypte was nu het enige land in de omgeving dat niet onder Babylonische heerschappij was. Een paar jaren voor deze gebeurtenissen hadden de Egyptenaren zichzelf zelfs nog succesvol verdedigd tegen een Babylonische invasie. De overgebleven Joden in het land Israël waren nu erg bang voor de wraak van Nebukadnezar en vluchtten daarom -tegen Jeremia’s waarschuwingen in- naar Egypte. Deze vlucht maakte een einde aan een georganiseerde Joodse vestiging in het Heilige Land; tot aan de terugkeer van de Babylonische ballingen in het jaar 371 vgj. De Babylonische ballingschap was nu dus absoluut. Toen de vluchtelingen de grens van Egypte bereikten, waarschuwde Jeremia nogmaals dat de veiligheid die ze daar zochten van korte duur zou zijn. De profeet waarschuwde hen ook voor de gevaren van assimilatie met de afgodische Egyptenaren. Maar de waarschuwingen en smeekbeden van Jeremia waren tevergeefs.

De vlucht naar Egypte maakte een einde aan een georganiseerde Joodse vestiging in het Heilige Land.

De Joodse vluchtelingen vestigden zich in Egypte, en het duurde niet lang voordat ze hun geloof in G-d verlieten. Ze zonken naar de heidense gebruiken van hun gastland. Een paar jaar later werd de regerende farao vermoord. Nebukadnezar profiteerde meteen van deze situatie en viel het land binnen. Hij verwoeste Egypte, en de meeste Joodse vluchtelingen kwamen daar om tijdens deze invasie. Zo kwam Jeremia's vreselijke profetie weer uit.

Waar en wanneer Jeremia stierf is niet met zekerheid te zeggen. Er wordt aangenomen dat hij en zijn trouwe leerling Baroech hun laatste jaren doorbrachten met de Joodse ballingen in Babylon.

Vastendag

Ter herinnering aan deze trieste gebeurtenissen die de koers van de Joodse geschiedenis drastisch veranderde, stelden onze geleerden een vastendag in voor de dag van Gedalja’s moord. Wij vasten hierom op de derde dag van de maand Tisjree, ook al vond de moord hoogstwaarschijnlijk plaats op de eerste dag. Maar omdat deze dag Rosh HaShana is, werd het vasten uitgesteld tot na de feestdag; aangezien het voor ons verboden is om te vasten en te rouwen op een door de Thora ingestelde feestdag. Een andere mening is dat de moord wel degelijk plaats vond op de 3e Tisjree, en niet de 1e. De profeet Zacharias (8:19) noemt dit vasten 'het vasten van de zevende' - een verwijzing naar de maand Tisjree, de zevende maand.

Alle verschrikkingen waar Mozes onze voorouders al voor waarschuwde in de Thora, kwamen met al onze ballingschappen tot op het laatste detail uit. Maar, met dit in gedachte, besefte het Joodse volk zich ook een andere profetie van Mozes. Dat G-d Zijn verbond met Zijn volk altijd zal houden: "Maar ondanks dit alles, hoewel ze in het land van hun vijanden zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch zal Ik hen verachten om hen volledig te vernietigen, en op die manier Mijn verbond met hen te verbreken; want Ik ben de Heer hun G-d. Ik zal voor hen het verbond herinneren [dat ik gesloten heb] met hun voorouders; die Ik voor de ogen van de volkeren uit het land Egypte heb genomen, om G-d te zijn voor hen. Ik ben Hasjem” (Leviticus 26:44-45).

De profeet Zacharia (8:19) zegt dat Tsom Gedalja (het vasten van de zevende) één van de vier vastendagen zal zijn die, met de komst van masjiach (de Messias), zullen worden omgezet tot feestdagen. Moge het zijn dat wij deze dag volgend jaar samen in vreugde zullen delen als ‘de feestdag van Gedalja’.

Ontwerp zonder titel

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland, waar hij chassidisch werd, wat wij zouden noemen 'ultra-orthodox' Joods. Hij verhuisde daarom naar Israël. Hij woont nu met zijn vrouw en zoon in...

Doneren
Abonneren
Agenda