De muziek keert terug en de stem herinnert haar Bron
Door Yoel Schukkmann -
16 juni 2026
Vorige maand vierden wij Sjawoe’ot, de dag waarop onze voorouders de heilige Thora ontvingen bij de berg Sinai. Maar Sjawoe’ot markeert ook het einde van een andere periode op de Joodse kalender, de weken die bekendstaan als de sefira, het tellen van de Omer.
Vanaf de tweede avond van Pesach tot Sjawoe’ot tellen wij negenenveertig dagen terwijl wij ons voorbereiden op het ontvangen van de Thora. Tegelijkertijd worden deze weken ook gezien als een rouwperiode, omdat het in deze tijd was dat 24.000 leerlingen van rabbi Akiva (50-135) stierven, en verder waren er ook vele andere rampen die ons in deze weken hebben getroffen in latere generaties. Daarom hebben Joodse gemeenschappen bepaalde rouwgebruiken aangenomen tijdens deze periode. In onze gemeenschap duren de meeste van deze beperkingen tot Sjawoe’ot, met een onderbreking op Lag Ba’omer. In deze periode worden er geen bruiloften gehouden, scheren wij ons niet en laten ons haar niet knippen, en muziek wordt vermeden. De kalender wordt stiller. Bruiloftszalen lopen leeg. Auto’s en huizen die vaak gevuld zijn met Joodse muziek worden merkbaar stil. En dan, tot grote vreugde van mijn kinderen, keert na Sjawoe’ot de muziek weer terug.
En wanneer dat eindelijk gebeurt, voel je de terugkeer onmiddellijk. Zeker wanneer het bruiloftsseizoen weer begint, wordt het niet alleen gehoord, maar echt gevoeld. Een bekend lied dat weer in huis klinkt, een nigoen, een woordloze melodie, die terugkeert in de auto, de eerste muziek op een bruiloft na weken van stilte... zulke dingen hebben de kracht om de sfeer bijna meteen te veranderen.
Verborgen kracht van muziek
En daarin ligt precies de bijzondere kracht van muziek. Muziek is niet zomaar achtergrondgeluid. Zij heeft de kracht om een moment te verheffen, te verzachten en dichter bij het goede te brengen. Maar, wanneer zij verkeerd wordt gebruikt, kan zij een mens ook de andere kant op trekken. Juist daarom gaat Joodse muziek niet alleen over talent. Een mooie stem kan mensen raken, maar onze stem, een Joodse stem, moet meer doen dan alleen ontroeren. Zij moet weten waar zij vandaan komt en wat ze draagt. In het Joodse denken is muziek een vorm waarin de ziel zich met G-d verbindt. Een nigoen kan dragen wat gewone woorden niet altijd kunnen zeggen. En misschien is dat de reden dat in veel synagogen de woorden “Shivisi Hashem lenegdi tamid; ik heb Hashem altijd tegenover mij geplaatst” vooraan staan, dicht bij de plaats waar degene staat die de gebeden leidt. Want voordat een stem opstijgt in gebed, of in zang, moet zij zich herinneren waar zij staat, en voor Wie.
Motty Steinmetz
En wanneer ik denk aan een stem die dat besef probeert te dragen, niet alleen in hoe zij klinkt, maar ook in hoe zij bewaakt wordt, dan denk ik aan Motty (Mordechai) Steinmetz, een bekende Israëlische chassidische zanger die inmiddels tot ver buiten de chassidische wereld bekend is geworden en miljoenen mensen over de hele wereld heeft bereikt. Ik ontmoette Motty voor het eerst in Amerika, toen wij allebei nog ongetrouwd waren, voordat hij het niveau van bekendheid bereikte dat hij vandaag heeft. Vóór de grote podia, de volle zalen en stadions, en de bredere publieke erkenning. Vóór zijn naam bekend werd tot ver buiten Vizhnitz, zijn eigen chassidische groepering, en zelfs buiten de chassidische muziekwereld, was er al iets aan hem dat bleef hangen. Hij had een stille warmte, een glimlach, een aangename uitstraling, en een benaderbare zachtheid en bescheidenheid. Iets wat wij in het Jiddisch “eidelkeit” zouden noemen, een bepaalde fijnheid van karakter. Het was niet de gepolijste glimlach van iemand die getraind is voor publiciteit, maar de natuurlijke glimlach van een chassidische jonge man die mensen op hun gemak stelde. Jaren later zou hij deel uitmaken van een van de meest betekenisvolle momenten van mijn eigen leven, door te zingen op mijn eigen bruiloft.
Natuurlijk is dat een persoonlijke herinnering. Jaren gaan voorbij, foto’s worden in albums gelegd, en de meeste toespraken van de bruiloftsweek kan ik mij niet eens meer herinneren. Maar bepaalde klanken blijven altijd...
Veel mensen kennen Motty Steinmetz om de emotionele kracht van zijn zang. Zijn mooie stem heeft een zeldzame zoetheid en diepte, en wanneer hij een pasoek (bijbelvers), een gebed uit de Joodse liturgie, of welk lied dan ook zingt, voelt het vaak minder als een optreden en meer alsof iemand voorzichtig een deur opent binnen de woorden. Maar om zijn muziek te begrijpen, moet men begrijpen waar het vandaan komt.
Stem
uit een lange traditie
“De vraag is nooit alleen wat wij gekregen hebben. De vraag is wat wij ermee doen, en of wij ons herinneren Wie het ons gegeven heeft.”
Stem
van Taharas Hakodesh
“Iedere stem in de schepping is gegeven om haar Schepper te prijzen.”