Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

De bal is niet het middelpunt

Door Yoel Schukkmann - 

1 juli 2026

Voetbal

Foto: Canva Pro

Zoals de meeste mensen tegenwoordig waarschijnlijk wel weten, is de wereld de afgelopen weken weer in de greep van het WK. Stadions daveren. Vlaggen wapperen. Mensen die anders nauwelijks tijd hebben om stil te staan bij het leven, houden opeens negentig minuten lang hun adem in. Een voet raakt leer, de bal vliegt door de lucht, en miljoenen mensen schreeuwen alsof de geschiedenis zelf zojuist van richting is veranderd. Ergens krijgt een kind een nieuwe held. Ergens anders zit een volwassen man, die nog nooit zelfs maar een traan gelaten heeft om zijn eigen ziel, met tranen in zijn ogen omdat zijn team verloren heeft.

De Joodse geleerden vragen in de Mishna, “Wie is wijs?” En zij antwoorden: “Hij die van ieder mens leert.” En zo valt ook van de voetballer met zijn bal veel te leren.

Andere cultuur

In onze gemeenschappen voeden wij onze kinderen niet op met sport als cultuur. Wij maken geen helden van sporters. Wij leren onze kinderen niet dat de grootste menselijke prestatie is om sneller te rennen, harder te schoppen, hoger te springen, of toegejuicht te worden door een stadion vol mensen.

In veel delen van de bredere “ultra-orthodoxe” Joodse wereld spelen jongens soms wel bepaalde sporten. In bein hazmanim, tijdens de vakanties, zullen kinderen soms rennen, een bal trappen, lachen, zweten en hun energie kwijt kunnen. Een kind heeft uiteindelijk lucht nodig, en een gezond lichaam is ook een geschenk van G-d.

Maar dat is iets heel anders dan een sportcultuur. Vooral in de chassidische wereld groeien kinderen meestal niet op met sporten als voetbal of basketbal als deel van hun opvoeding. Een kind mag rennen, spelen, lachen en zijn energie kwijt kunnen, zeker in de vakanties. Maar sport als cultuur, met de verering van kracht, roem, winnen en beroemde spelers, past niet voor een chassidish kind uit een Thora-huis.

Daarom wordt sportfanatisme en het kijken naar wedstrijden in de chareidishe (ultra-orthodoxe) wereld meestal negatief gezien. Soms vraagt men mij: “Is het echt verboden, of is het eigenlijk wel toegestaan?” Maar vaak is dat niet eens de hoofdvraag. Naar mijn mening begrijpt een verfijnd Joods hart dat sommige dingen simpelweg niet onze sfeer zijn. Het kan tijdverspilling zijn. Het kan vreemde cultuur binnenbrengen. Het kan een mens te veel naar buiten trekken: naar het lichaam, naar de opwinding van de buitenwereld, naar uiterlijk vertoon en alles wat glanst maar vanbinnen leeg blijft.

Een kind dat tegen een bal trapt is één ding. Maar een generatie die voor een bal buigt, is iets heel anders. En toch, wanneer het WK komt en de wereld eromheen begint te trillen, moeten wij kijken en nadenken wat wij hiervan kunnen leren.

Volkeren maken plannen. Presidenten spreken. Deskundigen vertellen ons wat er zal gebeuren. En dan rolt de Eeuwige de bal een andere kant op.

Wat is een bal?

Een bal is rond. Het blijft niet op één plaats. Nu ligt hij bij deze speler, enkele ogenblikken later bij een andere. Het ene moment lijkt het onder controle, het volgende moment is het verloren. Een mens kan zijn hele leven trainen om het te beheersen, en toch kan één onverwachte aanraking van een andere voet alles veranderen.

De menigte denkt dat ze naar controle kijkt. In werkelijkheid kijkt zij naar hoe kwetsbaar controle is. De trainer heeft een strategie. De spelers kennen hun posities. De fans weten zeker wat er moet gebeuren, en de commentatoren analyseren elke stap. Maar dan rolt de bal net iets anders, en het hele plan stort in. Is dat niet ook het verhaal van de wereld? Volkeren maken plannen. Presidenten spreken. Markten stijgen en dalen. Deskundigen vertellen ons wat er zal gebeuren. Mensen beelden zich in dat zij het speelveld beheersen. En dan rolt de Eeuwige de bal een andere kant op. Een klein detail verandert alles. Een leider zegt één zin. Een gemist telefoontje. Een deur sluit. Een andere deur gaat open. De wereld draait... en opeens klinkt het slimme commentaar van gisteren vandaag dwaas.

Wij proberen onze kinderen te leren om dit ook te zien in de kleine, persoonlijke dingen van het leven. De baan die niet lukte. De shidduch (match) die werd afgeblazen en waarvan men pas later begreep dat juist dát een redding was. De gebedsverhoring die kwam uit een richting waar niemand aan had gedacht. Een deur die dichtging, en pas later bleek dat juist daardoor een andere deur open kon gaan. De bal blijft rollen. Maar hij rolt niet vanzelf. In het Hebreeuws hebben wij hier een gezegde voor: “Ein Od Milvado” er is niets buiten Hem. De wereld gelooft in winnaars en verliezers. Zij geloven in sterke benen, scherpe geesten, sponsors, grote schermen, brullende menigten en gezichten op posters. Maar wij geloven dat achter elke beweging een Beweger staat, en achter elk plan is er hashgacha pratit (G-ddelijke leiding).

Een voetballer die weigert te rennen, zal niet scoren. En zo moeten ook wij onze eigen inzet doen. Wij moeten leren, bidden, werken, helpen, herstellen en telkens weer opnieuw proberen. Maar een mens mag nooit denken dat zijn voet het middelpunt van de geschiedenis is. De bal, en zelfs de speler zelf, is niet het middelpunt. De Ribono Shel Olam, de Meester van de wereld, is het middelpunt van alles.

Als miljoenen mensen negentig minuten lang hun volle aandacht aan een bal kunnen geven, kan ik dan geen tien of vijftien minuten echte aandacht geven aan mijn gebed?

Les van het WK

Wanneer het WK de wereld in zijn greep houdt, hoeven wij niet mee te kijken, niet mee te juichen of meegezogen te worden in de verering ervan. Maar we kunnen wel zien wat er met mensen gebeurt. Hoeveel aandacht, spanning, hoop en verdriet een bal kan losmaken. En daaruit kunnen we een belangrijke les trekken. Want alles wat G-d in Zijn wereld laat zien, kan voor een mens een les zijn wanneer hij er met open ogen naar kijkt.

Als miljoenen mensen negentig minuten lang hun volle aandacht aan een bal kunnen geven, kan ik dan geen tien of vijftien minuten echte aandacht geven aan mijn gebed? Als een speler jarenlang kan trainen voor één ogenblik op het veld, kan ik dan niet elke dag wat tijd opzijzetten om Thora te leren, of te werken aan één middah (karaktereigenschap), één stukje boosheid, één zwakte in mijn Avodat Hashem, dienst aan G-d?

De wereld leert haar kinderen dromen van stadions. Wij leren onze kinderen verlangen om Thora-geleerden te worden, G-dvrezend, mensen die Hashem dienen in hun leren, in hun gebed, in hun karaktereigenschappen en in alles wat zij doen. En toch mag een kind rennen en in de vakantie tegen een bal trappen. Hij mag lachen, vallen, opstaan en weer verder rennen. Het probleem begint wanneer de bal het middelpunt wordt. Wanneer een spel een identiteit wordt; en wanneer het lichaam wordt verheerlijkt, zoals bij de oude Grieken, alsof juist daarin de grootheid van de mens ligt.

Ren als je moet rennen. Speel als je moet spelen. Rust als je moet rusten. Maar herinner je waarom je geschapen bent. Herinner je Wie kracht geeft aan je voeten. Herinner je Wie adem geeft aan je longen en Wie de wereld laat rollen.

De bal is rond. Hij blijft bewegen. Maar boven elk veld, boven elke vlag, boven elk volk en boven elke schreeuw van de menigte, is er een stille Hand die alles leidt. En een G-dvrezend mens leert luisteren naar die stilte.

Yoel Shukkmann

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland en maakt deel uit van een chassidische gemeenschap, een stroming binnen het ultra-orthodoxe Jodendom. In zijn tienerjaren verhuisde hij naar Israël om in...

Doneren
Abonneren
Agenda