Dagboek: 'Wat toen geschiedde, kan morgen weer gebeuren'
Door Opperrabbijn Binyomin Jacobs -
23 januari 2026
Tot mijn verbazing merkte ik dat ik mijn dagboek van maandag kennelijk niet heb geschreven of wel geschreven maar niet gepost. Zondagavond was ik bij een bijeenkomst die door Chabad Flevoland was georganiseerd om al hun sponsoren te bedanken voor hun financiële bijdrage in het afgelopen jaar.
Ik zou me kunnen voorstellen dat u nauwelijks iets weet van Chabad Flevoland omdat rabbijn Stiefel, mijn schoonzoon, niet genoeg aan de weg timmert en daardoor minder bekendheid geniet. Die minder bekendheid klopt, maar wel slechts ten dele, en daarmee snijd ik een belangrijk onderwerp aan. Wat is de primaire taak van een rabbijn? En wat voor een rabbijn geldt, zou ook zomaar kunnen gelden voor een geestelijke van een andere denominatie. Staat het naar buiten treden bovenaan zijn takenlijst of richt hij zich primair op zijn gemeente, dus lokaal?
Ik ben momenteel sterk op het ‘nationale buiten’ gericht en dus landelijke bekendheid. Rabbijn Stiefel concentreert zich primair op het ‘lokale binnen’ en is dus ‘buiten en landelijk’ minder zichtbaar. Beide benaderingen moeten er zijn, maar als er gekozen zou moeten worden, is de lokale rabbijn, die voor het geestelijk welzijn van zijn gemeente zorgt, belangrijker dan de landelijke, ondanks zijn minder grote zichtbaarheid. Je zou het kunnen vergelijken met voeding en kleding. Beiden zijn nodig, maar als er gekozen zou moeten worden en er is sprake van een of-of situatie, dan is de inwendige mens belangrijker dan het contact met de buitenwereld, de kleding, de representatie.
De rabbijn zat met een onderbuikgevoel dat er iets niet klopte en dus werd ik gevraagd als specialist op het gebied van onderbuikgevoelens om mee te kijken.
Mogelijke terroristen
Maandagochtend zat ik om 6:30 uur in een taxi. Uiteraard vooraf besteld bij een taxibedrijf dat ik ken, zodat er geen vrees hoeft te zijn voor ontvoering! Welkom in ons veilige Nederland anno 2026! Maandagmiddag en dinsdagochtend was ik dus ‘even’ in het buitenland om een lokale jonge rabbijn behulpzaam te zijn met twee nieuwe potentiële leden waarvan de vraag is of ze wel of niet Joods zijn. Ogenschijnlijk is er geen reden om aan hun Jood-zijn te twijfelen, maar de rabbijn zit met een onderbuikgevoel dat er iets niet klopt en dus ben ik gevraagd als specialist op het gebied van onderbuikgevoelens om mee te kijken.
Ik zou me kunnen voorstellen dat u, beste dagboekenier, niet helemaal begrijpt wat hier speelt. Waarom zou iemand zeggen dat hij Joods is als hij dat niet zou zijn? Waarom achterdocht? Het antwoord is: zelfbescherming. Het kan zijn dat iemand probeert de Joodse gemeenschap binnen te komen met kwade bedoelingen, te infiltreren om via een lokale Europese Joodse gemeente een slapende cel te vormen met als doel om te zijner tijd richting Israël te gaan met als doel…
Hoe verzint hij het, hoor ik u denken, maar dit is helaas de realiteit waarmee vandaag de dag rekening moet worden gehouden. Terroristen en spionnen melden zich doorgaans niet met hakenkruizen en doodskoppen op hun voorhoofd. En dus moet ik heel goed luisteren naar hun verhalen, uitgebreid de tijd nemen en kijken waar de waarheid eindigt en de leugen begint. Tegenstrijdigheden in hun verhaal opsporen, onmogelijkheden waarnemen. En, zo vraagt u natuurlijk, wat was de uitslag? Voor mijn dagboek is dat niet relevant. Wat ik met u wil delen is de alertheid die de Joodse gemeenschap moet betrachten om te voorkomen dat… Maar het kwaad straft zichzelf!
Omdat ik er dus was, werd mij ook gevraagd om na het ochtendgebed een lezing te geven voor de lokale Joodse gemeenschap. Als geboren en getogen Nederlander was ik dus ruim op tijd in de sjoel aanwezig. De beveiliger kende mij niet en mijn verhaal dat ik een lezing kwam geven, werd dan ook niet geloofd. Iedere van hoed en baard voorziene potentiële terrorist kan zoiets verzinnen en dus mocht ik gezellig in de vrieskou van zeven graden onder nul voor de beveiligde deur buiten wachten tot de lokale rabbijn, die een kwartier later kwam aansukkelen, kon getuigen dat ik Joods ben.
Het antizionisme is het synoniem van antisemitisme dat mijn bewoners van het Apeldoornsche Bosch en het Paedagogium Achisomog toen deed vermoorden.
Herdenking
Gisterochtend de jaarlijkse herdenking van het Joods psychiatrisch ziekenhuis het Apeldoornsche Bosch en het Paedagogium Achisomog bij het monument in het Prinsenpark te Apeldoorn. Ongeveer veertienhonderd bewoners, patiënten, artsen en verpleegkundigen werden in de nacht van 21 op 22 januari 1943 van hun bedden gelicht, op brute wijze, sommigen naakt, anderen in dwangbuizen, afgevoerd, in vrachtwagens gesmeten, naar het Apeldoornsche station gereden en vanaf Apeldoorn rechtstreeks naar Auschwitz getransporteerd om na aankomst aldaar op de meest brute wijze vermoord te worden. Ongeveer veertienhonderd, want af en toe wordt er nog een naam gevonden die dan aan de namenlijst aan weerszijden van het monument wordt toegevoegd en hiermee zijn de slachtoffers dus niet helemaal van onze aardbodem verdwenen.
Geweldig om de overgave te zien waarmee jaarlijks deze herdenking in ere wordt gehouden, de betrokkenheid van de lokale jeugd, de inzet van B&W. In 1990 werd het monument door prinses Juliana onthuld. Toentertijd waren er nog een aantal overlevenden aanwezig. Medewerkers die hadden weten te ontvluchten of directe familieleden van een van de patiënten/bewoners. Dat kleine groepje bestaat niet meer en ik voel, als generatie van direct na de oorlog en als voormalig rabbijn van het Sinai Centrum, de opvolger van het Apeldoornsche Bosch, meer dan ooit de plicht om hier jaarlijks aanwezig te zijn en te herdenken.
Herdenken, dat was het primaire doel van de jaarlijkse imponerende plechtigheid. Maar dat herdenken werd in de loop der jaren overschaduwd en verplaatst naar waarschuwen. En dit jaar wist ik dat wat toen geschiedde morgen weer kan gebeuren. En daarom moet de herdenking van de veertienhonderd doden levend worden gehouden, want antizionisme is het synoniem van antisemitisme dat mijn bewoners van het Apeldoornsche Bosch en het Paedagogium Achisomog toen deed vermoorden.