Opgesteld rond het heilige middelpunt
Door Rabbijn mr. drs. R. Evers -
5 juni 2026
We lezen inmiddels het vierde boek van de Bijbel. Dit boek heet Bemidbar, dat ‘In de woestijn’ betekent. Met dit boek betreedt het Joodse volk een nieuwe fase in zijn geschiedenis. De indrukwekkende gebeurtenissen van de uittocht uit Egypte, de openbaring op de Sinaï en de bouw van de tabernakel liggen achter ons. Er ligt een nieuwe bestemming: het Land Israël. Juist op dat cruciale moment geeft G’d opdracht om het volk te tellen en het kamp op een nauwkeurig voorgeschreven wijze in te richten.
Verheffen
Op het eerste gezicht lijkt een volkstelling weinig opwindend. Toch schuilt achter deze opdracht een diepe boodschap. De Israëlieten waren niet langer een verzameling voormalige slaven die door de woestijn trok. Zij moesten uitgroeien tot een heilige natie met een gezamenlijke missie. Daarom werd iedere stam geregistreerd, iedere familie erkend en iedere persoon meegeteld. Niet als een anoniem nummer, maar als een onmisbaar onderdeel van het geheel.
De Hebreeuwse formulering van de opdracht suggereert meer dan alleen tellen. Het gaat om het verheffen van de mens, om het oprichten van het hoofd. In Egypte werden de Israëlieten gezien als arbeidskrachten en als een ‘nationaal probleem’. In de woestijn werden zij aangesproken als dragers van een goddelijke bestemming. De telling maakte duidelijk dat ieder individu ertoe deed en tegelijkertijd deel uitmaakte van een groter volk.
Individu en gemeenschap
Die spanning tussen individu en gemeenschap vormt hier een van de centrale lessen. Enerzijds wordt niemand opgeslokt door de massa; iedere familie en iedere stam behoudt haar eigen identiteit. Anderzijds staat niemand op zichzelf. Niemand trekt alleen naar het Beloofde Land. De stammen reizen samen, dienen samen en dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor hun toekomst.
Deze gedachte kwam ook tot uitdrukking in de manier waarop het kamp was opgesteld. Midden in het kamp stond de tabernakel, het heilige centrum van het nationale leven. Daaromheen bevonden zich de Levieten, belast met de dienst aan G’d. Daaromheen weer lagen de twaalf stammen, elk op hun eigen plaats. De opstelling was geen toevallige logistieke keuze. Zij vormde een zichtbaar statement: niet macht, bezit of menselijke ambitie stond centraal, maar de aanwezigheid van G’d.
Zoals engelen rondom de goddelijke troon hun plaats innemen, zo stonden ook de stammen rondom de tabernakel opgesteld.
Symboliek
De indeling van het kamp verwees bovendien naar het verleden. Volgens de overlevering weerspiegelde zij de wijze waarop de zonen van Jakob zich hadden opgesteld toen zij hun vader vanuit Egypte naar zijn laatste rustplaats in Kanaän brachten. Generaties later werd diezelfde orde opnieuw zichtbaar rondom de tabernakel. Daarmee werd de band met de aartsvaders levend gehouden. Het volk wist waar het vandaan kwam en droeg die herinnering met zich mee tijdens zijn tocht door de woestijn.
Ook de vaandels van de stammen speelden hierbij een belangrijke rol. Iedere stam bezat een eigen banier, herkenbaar door kleuren die verbonden waren met de edelstenen op de borstplaat van de hogepriester. Die borstplaat droeg de namen van alle stammen en symboliseerde hun plaats voor het aangezicht van G’d. Wanneer de stammen door de woestijn trokken, vormden hun kleurrijke vlaggen een voortdurende herinnering aan die heilige verbondenheid. Hun identiteit was niet alleen nationaal of familiaal, maar ook spiritueel.
De wijze waarop het kamp was ingericht had nog een diepere betekenis. De wijzen leren dat de opstelling van de stammen een weerspiegeling vormde van de hemelse orde. Zoals engelen rondom de goddelijke troon hun plaats innemen, zo stonden ook de stammen rondom de tabernakel opgesteld. De aardse werkelijkheid werd daarmee verbonden met een hogere werkelijkheid. De woestijn werd niet slechts een doorgangsgebied tussen Egypte en Israël, maar een plaats waar hemel en aarde elkaar ontmoetten.
De tabernakel in het midden van het kamp leert dat zowel het individu als de gemeenschap hun ware betekenis vinden wanneer G’d centraal staat.
Het juiste moment
Wanneer we het verhaal lezen, weten wij hoe de geschiedenis verder zal verlopen. Binnen korte tijd zullen angst, twijfel en gebrek aan vertrouwen de overhand krijgen tijdens de episode van de verspieders. De generatie die klaar leek te staan om het land binnen te trekken, zal uiteindelijk nog veertig jaar door de woestijn zwerven. Maar aan het begin van Bemidbar is daarvan nog niets zichtbaar. Daar staat een volk vol mogelijkheden. Een volk dat zijn bestemming bijna kan aanraken.
Juist daarom vindt de telling plaats op dit moment. Niet omdat G’d cijfers nodig heeft, maar omdat mensen moeten weten dat zij ertoe doen. Een gemeenschap kan alleen bloeien wanneer ieder individu wordt gezien, terwijl tegelijkertijd iedereen beseft deel uit te maken van iets groters dan zichzelf.
De tabernakel in het midden van het kamp leert dat zowel het individu als de gemeenschap hun ware betekenis vinden wanneer G’d centraal staat. Dan wordt persoonlijke waardigheid geen egoïsme en nationale eenheid geen onderdrukking. Dan kan iedere Israëliet zijn hoofd oprichten en weten dat hij niet verloren gaat in de menigte, maar een unieke plaats inneemt binnen het grote verhaal.