Het was me het weertje wel. Heel slim werd er in Amersfoort besloten om de sjoeldienst op Sjabbat te vervroegen om de allerergste hitte tijdens verblijf in de sjoel te vermijden. Prima oplossing en prima benadering: wat het weer ook moge zijn, de sjoel draait door, zoals ook de hele coronaperiode niet één dienst is weggevallen. Toen hadden we de locatie aangepast, nu de aanvangstijd.
Voordat ik vandaag, zondag, mijn trip naar het Seminarie Redemptoris Mater op Blankenberg met u deel, eerst even het volgende bericht dat ik via Google Alert vrijdag in de vroege uurtjes ontving:
“Brussel: Europees Rabbinaal Centrum waarschuwt voor lichaamsscans
Het Rabbinical Centre of Europe (RCE) in Brussel waarschuwt voor bodyscanners die steeds vaker op luchthavens zullen worden geplaatst. De RCE is van mening dat het gebruik van dergelijke "full-body" scanners – waarvan de installatie werd versneld na de mislukte aanval op een vliegtuig naar de Verenigde Staten op 25 december – "de rechten van religieuze vrouwen schendt, wier bescheidenheid in gevaar zal komen".
De RCE zegt de bezorgdheid om de veiligheid van passagiers te waarderen, maar raadt aan dat mannen door mannen worden gefouilleerd, en vrouwen door vrouwen." "Full-body" scanners kunnen door iemands kleding heen kijken en zo wapens onder kleding detecteren, maar het onthult ook de intimiteit van mensen die aan dit type apparaat worden blootgesteld.
Nederland gebruikt al een aantal van deze scanners en heeft aangekondigd dat het al zijn luchthavens ermee wil uitrusten na de aanval van een jonge Nigeriaan die van Amsterdam naar Detroit vloog.
De Nederlandse opperrabbijn Binyomin Jacobs vertelde aan de Israëlische krant Ha’arets dat hem was verzekerd dat het beeld dat door de scanners wordt geproduceerd eerst wordt geanalyseerd door een computerprogramma. "Menselijke operators zijn alleen betrokken als de scanners aangeven dat er een risico is," zei hij. Hij gelooft dat dit in zijn ogen een redelijke en haalbare oplossing is.”
Nu weet ik dat mijn geheugen niet altijd even optimaal functioneert, maar toch weet ik zeker dat ik Ha’arets de laatste maanden niet heb gesproken. Op de website van RCE, mijn Europese rabbijnenclub, ben ik ook gaan zoeken, maar niets gevonden. Ik snapte er dus niets van, tot ik ben gaan kijken naar het bovenste regeltje van het bericht en daar las ik tot mijn verbazing: Brussel, 11 januari 2009! Inmiddels dus zeventien jaar geleden en dus begrijpelijk dat ik het niet meer vers in mijn geheugen had. Waarom deze Google Alert nu pas mijn laptop bereikte is mij ten enenmale onduidelijk, maar het leert ons wel een les. Bij een computer bestaat dus kennelijk geen vergeten, alles wat de computer eens heeft vergaard aan kennis, blijft vastliggen. Als dat al zo is met een door mensen vervaardigd instrument, dan is dat zeker zo bij de Schepper van de wereld waarin wij leven, waarvan de computer slechts een piepklein onderdeel is. En wat doe ik met deze kennis: alert zijn en alert blijven en weten dat alles wat we op deze aardbol, verbaal of fysiek, neerzetten, blijft! Als Google Alert het kan opmerken, zelfs zeventien jaar na dato…
En wat doe ik met deze kennis: alert zijn en alert blijven en weten dat alles wat we op deze aardbol, verbaal of fysiek, neerzetten, blijft.
Ontvallen
Recentelijk zijn mij twee vrienden ontvallen: Jaap Cyklik en Rob Falk. Beiden mensen die geen vlieg kwaad deden en altijd klaarstonden om waar nodig te helpen. Indien er voor hen een Google Alert zou hebben bestaan dan zouden er gigantisch veel en uitsluitend positieve meldingen zijn verschenen. Beiden heb ik nooit kunnen betrappen op boosheid, op onwil, op egoïsme. Jaap kende ik reeds vanaf mijn bar mitswa. Iedere Sjabbatmiddag kwamen we (Jaap, Loek Witzenhausen, Stern en ik) bij meneer A. Salomons jr. om de Sidra van de week te lernen van half drie tot vier uur. Week in, week uit, jarenlang. Salomons was een leerling van de vooroorlogse populaire rabbijn De Hond, de volksrabbijn die niet en nooit zat vastgekleefd aan zijn rabbinale zetel, maar voor ieder die dat nodig had dag en nacht klaarstond. Ik weet zeker dat mijnheer Salomons op ons beiden, Jaap en ik, grote invloed heeft gehad. Woensdag zal er in Zwolle onder leiding van rabbijn Spiero een herdenkingsdienst worden gehouden in ‘zijn sjoel’.
Rob verscheen veel later in mijn leven. Hoe en waar we elkaar voor het eerst hebben ontmoet, kan ik me niet meer voor de geest halen, maar we hadden een diepe vriendschap, een vertrouwensrelatie. Hij was steeds op zoek naar mogelijkheden om de medemens te helpen, niets was te veel. Hij heeft op eigen kosten ‘Zinvol leven’ vanuit het Engels naar het Nederlands laten vertalen en hiermee velen die op zoek waren naar een zinnige invulling van hun dagelijks bestaan, kunnen helpen. Als er een Google Alert met zoekfunctie ‘zinvol leven’ zou hebben bestaan, zouden Rob en Jaap er beiden uitspringen.
'Vader'
Mijnheer Salomons, zo werd hij genoemd. Waarom noem ik hem ‘mijnheer’ en niet ‘rabbijn’, hoor ik u denken. Regelmatig wordt mij gevraagd hoe de aanspreektitel is van een rabbijn. In het Engels is het onbeschoft om een rabbijn met ‘mister’ aan te spreken, maar in het Nederlands is het gewoon ‘mijnheer’. De reden dat ik dit te berde breng is omdat ik na meer dan vijftig rabbinale jaren een nieuwe aanspreektitel heb ontvangen. Tot vorige week vrijdag behoorden ‘weleerwaarde’, ‘eerwaarde’ en ‘rabbi’ tot de meest gebruikelijke en ‘excellentie’ en ‘eminentie’ tot de sporadische. Maar er is nu een nieuwe bijgekomen. Ik ontving een e-mail in het Arabisch, althans zo zag het eruit. Van dezelfde afzender ontving ik enige seconden later een in gebrekkig Nederlands geformuleerd verzoek, waarschijnlijk de vertaling van de eerdere e-mail. De aanspreektitel was ‘Vader’. In eerste instantie vertrouwde ik de e-mail totaal niet en dacht ik dat de afzender zich uitgaf als een nazaat van mij, hetgeen wel vaker voorkomt. Maar na zorgvuldige lezing en herlezing bleek de hulpvraag eerlijk en oprecht te zijn en werd ik als ‘Vader’ aangesproken vanwege de oosters-orthodoxe kerk waartoe hij behoorde. Ik ga proberen zijn hulpvraag te beantwoorden, als een zorgzame Vader.
Afscheid rector
En nu zit ik dan in de auto op de terugweg naar huis. In de Blankenberg in Cadier en Keer werd afscheid genomen van Stanisław Kielek. Vele decennia was hij de rector van de priesteropleiding Seminarie Redemptorist Mater in het bisdom Roermond. Zijn gezondheid is helaas dusdanig fragiel geworden dat hij zich terugtrekt als rector om, zoals hij zelf verwoordt, priester te worden van de Missio ad Gentes in Antwerpen. De vele priesters die onder zijn rectorschap de wereld zijn ingetrokken, hebben allen een diepe liefde voor het Joodse volk meegekregen. Er bestond een hechte band met de Joodse gemeenschap in Limburg. Hij was een vriend van Israël.
Met mijn aanwezigheid bij zijn afscheid, waar ik ook een dankwoord heb uitgesproken, scoor ik niet. Integendeel! Velen zullen zich afvragen of mijn dagje Zuid-Limburg (426 km) wel zo noodzakelijk was. Heeft Jacobs niets beters te doen dan meer dan vijf uur in de auto te zitten om een toespraakje te houden en afscheid te nemen van een vertrekkende katholieke rector? En toch ben ik gegaan met als enige doel om hem te bedanken voor zijn decennialange steun, vriendschap en waar nodig inzet voor de Joodse Gemeente Limburg. Als Joodse gemeenschap moeten we onze vriendschap koesteren. Gelukkig was ik niet de enige vanuit de Joodse gemeenschap die zo dacht. De voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg, Ernst de Reus, was met echtgenote aanwezig, de ex-voorzitter Benoit Wesly en ook legerrabbijn Menachem Sebbag met echtgenote.