Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Christenzionisme: Waarom een christen het zich niet kan permitteren om geen zionist te zijn (deel 1)

Door Ds. I. de Graaf - 

7 juli 2026

F171010YS16

Christenen lopen mee in een optocht in Jeruzalem ter gelegenheid van het Loofhuttenfeest. | Foto: Flash90

Binnen de hedendaagse theologie is de verhouding tussen kerk en Israël opnieuw een brandpunt van reflectie geworden. De verschrikkingen van de twintigste eeuw, met name de Shoah, hebben geleid tot een herbezinning op eeuwenoude interpretaties waarin de kerk zichzelf als vervanging van Israël beschouwde. Tegelijkertijd roept de oprichting van de staat Israël in 1948 en zijn voortbestaan tot op heden fundamentele vragen op over de blijvende betekenis van het Joodse volk binnen Gods heilsplan.

Tegen deze achtergrond klinkt de stelling dat een christen het zich niet kan permitteren om geen zionist te zijn. Deze uitspraak vraagt om nauwkeurige theologische doordenking, waarbij Bijbelse exegese, rabbijnse literatuur, de kerkvaders en systematische reflectie samenkomen. In dit artikel wordt betoogd dat christelijk zionisme - mits zorgvuldig gedefinieerd - geen optionele politieke voorkeur is, maar voortvloeit uit de kern van de christelijke geloofsleer omtrent Gods trouw, verbond en eschatologische hoop.

Het begrip ‘zionisme’ theologisch geduid

Voordat de stelling beoordeeld kan worden, is het noodzakelijk om het begrip ‘zionisme’ te preciseren. In politieke zin verwijst zionisme naar de beweging die streeft naar een Joodse nationale thuisbasis in het land Israël. Theologisch gezien gaat het echter om de overtuiging dat het Joodse volk een blijvende, door God gegeven roeping en verbondenheid heeft met het land dat in de Schrift wordt aangeduid als het land der belofte.

Christelijk zionisme moet daarom onderscheiden worden van nationalistische of ideologische vormen van zionisme. Het gaat niet om kritiekloze steun aan een moderne staat, maar om erkenning van Gods blijvende verbondstrouw aan Israël.

Oude Testament: land, volk en verbond

Het Oude Testament vormt de fundamentele basis voor elke theologische reflectie op Israël. De belofte aan Abraham (Genesis 12, 15 en 17) omvat drie onlosmakelijke elementen: land, nageslacht en zegen. Het land Kanaän wordt expliciet gegeven “tot een eeuwig bezit” (Genesis 17:8).

Belangrijk is dat deze belofte niet wordt opgeheven door Israëls ontrouw. Integendeel, de profeten verkondigen herhaaldelijk zowel oordeel als herstel. In boeken als Jesaja, Jeremia en Ezechiël wordt de terugkeer naar het land gepresenteerd als een daad van goddelijke trouw, niet als menselijke verdienste. Ezechiël 36–37 is hier exemplarisch: de herverzameling van Israël uit de volken wordt gekoppeld aan de heiliging van Gods naam. Dit impliceert dat Gods handelen met Israël een universele theologische betekenis heeft.

“Christelijk zionisme gaat niet om kritiekloze steun aan een moderne staat, maar om erkenning van Gods blijvende verbondstrouw aan Israël. ”

Rabbijnse literatuur: continuïteit van verwachting

De rabbijnse traditie bevestigt en verdiept deze Bijbelse lijn. In de Misjna en Talmoed wordt het wonen in het land Israël beschouwd als een mitswa (gebod) met bijzondere status. De beroemde uitspraak dat “het land Israël gelijk is aan alle andere geboden tezamen” onderstreept de centrale plaats van het land in het Joodse denken.

Tegelijkertijd ontwikkelt de rabbijnse literatuur een eschatologisch perspectief waarin de terugkeer naar het land verbonden is met de komst van de Messias. Hoewel deze verwachting anders wordt ingevuld dan in het christendom, blijft de kern gelijk: het land en het volk zijn onlosmakelijk verbonden met Gods toekomst.

Voor christelijke theologie is deze continuïteit van belang. Zij laat zien dat de landbelofte nooit als achterhaald is beschouwd binnen het Jodendom zelf.

Het Nieuwe Testament: bevestiging en verruiming

Een veelgehoorde tegenwerping is dat het Nieuwe Testament de landbelofte ‘vergeestelijkt’. Een nauwkeurige lezing toont echter een complexer beeld. Allereerst bevestigt Jezus de historische en heilshistorische rol van Israël. Hij zendt zijn discipelen “niet naar de heidenen, maar naar de verloren schapen van het huis van Israël” (Matteüs 10:6). Ook zijn eigen bediening speelt zich vrijwel volledig binnen Israël af.

In Romeinen 9–11 biedt Paulus de meest expliciete reflectie. Hij stelt dat “de genadegaven en de roeping van God onberouwelijk zijn” (Romeinen 11:29). Israël wordt niet verworpen, maar tijdelijk verhard, met het oog op de uiteindelijke verlossing van zowel Joden als heidenen. Cruciaal is het beeld van de olijfboom: heidenchristenen worden geënt op de edele stam van Israël. Dit impliceert afhankelijkheid, niet vervanging. De kerk leeft van de wortel die Israël is.

Hoewel het Nieuwe Testament de horizon van het heil universeel maakt, betekent dit geen ontkenning van Israëls bijzondere plaats. Integendeel, de universele zegen vloeit juist voort uit Gods trouw aan Israël.

De kerkvaders: van continuïteit naar vervanging

In de vroege kerk is een verschuiving zichtbaar. Terwijl sommige vroege schrijvers nog ruimte laten voor Israëls toekomst, ontwikkelt zich al snel de zogenaamde vervangingstheologie (supersessionisme). Kerkvaders als Justinus Martyr en later Augustinus interpreteren de kerk als het ‘ware Israël’. De landbelofte wordt vaak allegorisch geduid: het aardse land maakt plaats voor een geestelijke realiteit.

Deze ontwikkeling moet historisch begrepen worden. De kerk groeide in een context waarin zij zich moest onderscheiden van het Jodendom, zeker na de verwoesting van de tempel in 70 na Christus. Toch heeft deze theologische koers diepe sporen nagelaten, met soms tragische gevolgen in de geschiedenis van het christelijk antisemitisme.

Dit is het eerste deel over christenzionisme. Vrijdag volgt deel 2.

Dit artikel verscheen eerder in het theologisch kwartaalblad Israël en de Kerk, een gratis magazine van Christenen voor Israël voor theologen en voorgangers. Klik hier om gratis abonnee te worden.

Anonieme auteur man

De auteur

Ds. I. de Graaf

Doneren
Abonneren
Agenda