Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Zijn de nederzettingen in Judea en Samaria legaal?

Door Natasha Hausdorff - 

6 juni 2023

Foto nederzetting

Beitar Illit, een Israëlische nederzetting in Judea en Samaria. (Foto: Flash90)

Veel mensen beschouwen Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever) als bezet gebied. De nederzettingen in dit gebied zijn illegaal volgens hen. Maar is dit wel zo? Overtreedt Israël het internationale recht? Natasha Hausdorff – directrice van UK Lawyers voor Israel en advocaat in Londen - zette de argumenten van voor- en tegenstanders op een rijtje en schreef hierover het volgende:

Staten zijn vrij in hun doen en laten, tenzij dit door het internationale recht wordt verboden. Het internationale recht stelt beperkingen aan het gedrag van staten. Deze zijn afgeleid van internationale verdragen en gewoonte. De beperkingen gaan over het verbieden van handelingen die andere staten kunnen schaden of handelingen die de mensenrechten van individuen schenden.

De bewering dat de nederzettingen in Judea en Samaria een schending zijn van het verdragsrecht berust op een alinea uit artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie van 1949.

“De bezettende macht mag geen delen van haar eigen burgerbevolking deporteren of overdragen naar het grondgebied dat zij bezet.”

— Artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie van 1949

Het argument wat wordt gebruikt om de illegaliteit van de nederzettingen te beargumenteren is dat de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria) geen soeverein Israëlisch grondgebied is. Dit gebied werd door Israël veroverd in de oorlog van 1967. Israël is daarom een bezetter, en door het aanmoedigen van kolonisten draagt Israël hen in feite over naar het bezette gebied. Een ander argument is dat de nederzettingen de mensenrechten van de Arabische inwoners schenden, omdat ze hen beletten hun recht op zelfbeschikking uit te oefenen.

Een antwoord op deze beweringen van illegaliteit is dat de regels van de Vierde Geneefse Conventie over de bezetting alleen van toepassing zijn als een staat het grondgebied van een andere (vijandige) staat bezet. Jordanië had geen soevereine macht over de Westelijke Jordaanoever en heeft sindsdien afstand gedaan van elke aanspraak daarop. Israël heeft ook niet het grondgebied bezet van een Palestijnse staat, die duidelijk niet bestond in 1967, en het is hoogst twijfelachtig of die vandaag de dag bestaat en wat zijn grondgebied is.

Een ander antwoord is dat Israël geen personen heeft “overgedragen” maar hen vrijwillig heeft laten verhuizen. Wat betreft het schenden van het zelfbeschikkingsrecht: er is geen enkele lokale Arabier verdreven als gevolg van de nederzettingen. Door Joden op de Westelijke Jordaanoever te laten wonen, worden Arabische inwoners het toekomstige zelfbeschikkingsrecht niet ontzegd.

De legale nederzettingen zijn allemaal gebouwd op vrijgekomen openbare grond. Het in beslag nemen van Arabisch privé-land voor nederzettingen is illegaal en alle Israëlische regeringen hebben dit verboden.

In de Oslo-akkoorden stemden de Palestijnen in met de voortdurende aanwezigheid van nederzettingen en werd er overeengekomen dat over hun definitieve status zou worden onderhandeld tussen Israël en de Palestijnen. De Oslo-akkoorden kregen de goedkeuring van de VS, Rusland, de EU, Noorwegen en de Algemene Vergadering van de VN.

Of de nederzettingen al dan niet bevorderlijk zijn voor het vredesproces is een politieke en geen juridische kwestie.

De auteur

Natasha Hausdorff

directrice van UK Lawyers voor Israel en advocaat in Londen

Doneren
Abonneren
Agenda