Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Israël in oorlog

Terug naar overzicht

Wanneer Haman valt: een profetisch moment vanuit de straten van Israël

Door Rebecca Kroese - 

4 maart 2026

image-gen

Het had een rustige sabbatsochtend moeten zijn. De jongens speelden in de voorkamer. Het huis was stil, op die kalme, heilige manier waarop zaterdagochtenden in Israël kunnen zijn. Ik lag nog in bed, langzaam wakker wordend, toen het geluid alles doorkliefde.

Dit artikel is geschreven op maandag 2 maart.

Het alarm van het Thuisfrontcommando is iets waar je nooit aan went. Het maakt niet uit hoe vaak je het hebt gehoord. Die schelle toon raakt je tot in je diepste vezels. In een ogenblik schreeuwden en huilden de jongens en renden ze naar de schuilplaats. En zomaar, in één seconde, was de rust van de sabbat voorbij.

Toen de realiteit tot me doordrong, was de emotie die over me heen spoelde niet wat ik had verwacht. Het was niet precies angst. Het was ontmoediging. Want dit was niet de eerste keer. We hebben dit eerder meegemaakt, en er is iets bijzonder zwaars aan ballistische raketten die op jouw stad worden afgevuurd door een regime dat al veertig jaar om je vernietiging roept. Dat raakt je anders dan al het andere waarmee we hier te maken hebben.

Maar toen begonnen de berichten binnen te komen. En alles veranderde.

Wat er werkelijk gebeurde

Ik wil u een indruk geven van de omvang van wat die ochtend begon, want de cijfers vertellen een verhaal dat van een afstand moeilijk te bevatten is.

In de eerste 24 uur van de gezamenlijke Amerikaans-Israëlische campagne werden bijna 900 aanvallen uitgevoerd op Iraanse doelen. Israël nam er ongeveer 500 voor zijn rekening. Hier ter plaatse betekende dat dat rond de 150.000 Israëlische reservisten al in dienst waren of opnieuw werden opgeroepen. Toen ik in de dagen daarna door mijn wijk liep, voelde je het. Gezinnen die wachtten op enig nieuws van hun zonen en echtgenoten. Gesprekken op straat die begonnen met: “Heb je al iets gehoord?” De bijzondere stilte van een gemeenschap die de adem inhoudt.

De vergelding van Iran kwam snel en is niet gestopt. Wat begon met ongeveer 170 ballistische raketten in de eerste aanvalsgolf, is inmiddels gegroeid tot naar schatting 250 tot 300 raketten, verspreid over ongeveer 90 aanvalsgolven sinds 28 februari, waarvan 62 in één etmaal Israël troffen (moment van schrijven 2 maart, red.).

Rechtstreekse inslagen zijn bevestigd in Tel Aviv, Bnei Brak en Beit Shemesh, waar bij één enkele inslag negen mensen omkwamen en 28 gewond raakten. Minstens twaalf Israëlische burgers zijn op het moment van schrijven door Iraanse raketten gedood.

Luchtverdedigingssystemen hebben het overgrote deel van de inkomende raketten onderschept. We zijn geschokt, maar we staan nog overeind. Dat nemen we geen moment als vanzelfsprekend aan.

Is dit de Derde Wereldoorlog?

Ik weet dat die vraag in uw hoofd zit, want hij zit ook in het onze. De berichten die ik ontvang van vrienden en ondersteuners over de hele wereld dragen dezelfde ondertoon van angst: is dit het moment waarop alles uit de hand loopt?

Dit kan ik u eerlijk zeggen: geen enkele grote wereldmacht beweegt zich op dit moment in de richting van een rechtstreeks conflict. Europa, Rusland en China roepen publiekelijk op tot de-escalatie. De Arabische landen die zijn getroffen richten zich op verdediging en diplomatie, niet op uitbreiding van de oorlog. Het patroon van de strijd is intens, maar blijft regionaal.


Is dit het moment waarop alles uit de hand loopt?

Dat betekent niet dat het risico nul is, en ik zal niet doen alsof dat zo is. De Iraanse bondgenoot Hezbollah heeft nu een tweede front geopend vanuit het noorden. Andere bondgenoten, zoals de Houthi’s en door Iran gesteunde milities, kunnen op meerdere plaatsen tegelijk escaleren.

Wij waken. Wij bidden. Maar op dit moment helt de wereld niet over naar een wereldwijde oorlog. En ik zeg dat niet om te bagatelliseren wat er gebeurt, maar omdat angst de neiging heeft verhalen te schrijven die nog niet hebben plaatsgevonden. We kunnen het ons niet veroorloven om in die verhalen te leven.

De ochtend waarop de wereld veranderde

Toen kwam het nieuws dat niemand van ons volledig had verwacht, zelfs niet degenen onder ons die al maanden voor dit moment baden.

Ali Khamenei, Opperste Leider van de Islamitische Republiek Iran, werd op 28 februari 2026 gedood bij een gerichte Amerikaans-Israëlische aanval op zijn complex in Teheran. Zijn dood werd bevestigd, samen met die van familieleden, hoge bevelhebbers van de Revolutionaire Garde en ongeveer dertig vooraanstaande politieke en militaire functionarissen. Iraanse staatsmedia ontkenden het urenlang voordat zij zijn overlijden in de vroege uren van zondagochtend bevestigden.

In delen van Teheran gingen mensen de straat op om het te vieren.

Om te begrijpen waarom dit moment zo ingrijpend is, moet u begrijpen wat Khamenei in bijna vijf decennia heeft opgebouwd. Sinds 1989 heeft hij Iran gevormd tot ’s werelds grootste staatssponsor van terrorisme. Hamas. Hezbollah. De Houthi’s. De financiering, de wapens, de ideologie achter 7 oktober, het liep allemaal via hem. Elke kreet van “Dood aan Israël” en “Dood aan Amerika” die een generatie lang door Iraanse moskeeën en overheidsgebouwen heeft geklonken, draagt zijn naam.

En hij is er niet meer.

Wat ik voelde en wat ik om mij heen zag

Ik wil eerlijk zijn over wat er in mij gebeurde toen het nieuws bekend werd, omdat velen van u waarschijnlijk iets soortgelijks voelden en niet goed wisten wat u ermee aan moest.

Mijn eerste gevoel was opluchting. Een echte, diepe zucht. De gedachte dat er, nu hij er niet meer is, misschien een reële kans op vrede in deze regio kan zijn, voor het eerst in decennia. En vrijwel onmiddellijk naast die opluchting kwam een innerlijke terughoudendheid. Een moment van bezinning.

Om mij heen zag ik mensen heen en weer bewegen tussen uitbundige vreugde en iets ingewikkelders. Grappen die rondgingen. Gelach vermengd met ongeloof. En daaronder, voor wie het Woord van God serieus neemt, een stille vraag: “Is dit gepast? Mogen we dit voelen?”

Hier ben ik uitgekomen, en dit is wat de Schrift volgens mij aanwijst.

Spreuken 24:17 zegt dat we ons niet moeten verheugen wanneer onze vijand valt. Dat woord is werkelijk en we kunnen het niet terzijde schuiven. Wij zijn geen mensen die de dood vieren. Maar de Psalmen laten iets anders zien dat eveneens waar is: wanneer gerechtigheid geschiedt, wanneer een onderdrukker ten val komt, wanneer God optreedt ten gunste van de gebrokenen en de onschuldigen, dan erkennen wij dat. Mozes zingt een krachtig lied nadat de vijand is afgesneden. Psalm 58 spreekt over de rechtvaardige die zich verheugt in Gods gerechtigheid.

In de afgelopen achttien maanden hebben we Mohammed Deif, Ismail Haniyeh, Yahya Sinwar, Hassan Nasrallah en nu Ali Khamenei van het wereldtoneel zien verdwijnen. Ieder van hen wijdde zijn leven aan het oproepen tot de vernietiging van Israël en Amerika. Ieder van hen kwam tot hetzelfde einde. Wij vieren hun dood niet. Wij staan in ontzag voor een God wiens gerechtigheid geduldig is en wiens gerechtigheid zeker is.

Een Poerim als nooit tevoren

Hier moet ik even stilstaan, want wat ik nu ga zeggen is geen toeval. Dat weiger ik te geloven.

De Joodse wereld heeft Poerim gevierd, het oude feest dat herinnert aan de bevrijding van het Joodse volk van een man genaamd Haman, een Perzische hofbeambte die de vernietiging beraamde van elke Joodse man, vrouw en elk kind in 127 provincies. Het verhaal speelt zich af in Perzië, het huidige Iran.

U hoeft niet eens goed te kijken om de parallel te zien. Die ligt recht voor ons.

Wat dit nog opmerkelijker maakt, is wat er al in Israël gebeurde voordat er ook maar één raket werd afgevuurd. Wekenlang waren velen van ons binnen het lichaam van de Christus in Israël bezig met een gezamenlijke vastenperiode van veertig dagen, waarbij Iran in het bijzonder in gebed voor de Heer werd gebracht, in dezelfde geest als Esthers vasten voordat zij de troonzaal van de koning binnenging. We waren halverwege die vastentijd toen zaterdagochtend de sirenes afgingen. We vastten en baden voor Iran toen de operatie begon. En aan de vooravond van Poerim 2026 viel de Haman van onze generatie.

Ik kan dat aan niets en niemand anders toeschrijven dan aan God.

Maar hier is het deel van het verhaal waar we niet te snel aan voorbij mogen gaan. Nadat Haman was opgehangen, was het werk niet voltooid. Het decreet tegen het Joodse volk was nog steeds van kracht. Het volk moest nog steeds opstaan en zichzelf verdedigen. Het verwijderen van een leider, zelfs de machtigste, ontmantelt een systeem niet van de ene op de andere dag. Het regime zal proberen Khamenei te vervangen. Vergelding zal doorgaan. Het zwaarste hoofdstuk van dit verhaal kan nog voor ons liggen.

De mensen die in de krantenkoppen ontbreken

Er gebeurt op dit moment iets binnen Iran dat u niet in het nieuws zult zien, en ik wil dat u het weet voordat ik u vraag om te bidden.

Enkele jaren geleden raakte ik bevriend met een man die ik hier om veiligheidsredenen niet bij naam zal noemen. Hij is een Iraanse gelovige die zijn land ontvluchtte vanwege vervolging. Niet lang geleden had ik het voorrecht met hem samen te werken aan een muziekvideo — een Joodse gelovige en een Iraanse gelovige die samen één lied zingen. Het was één van de diepgaandste dingen waar ik sinds mijn komst naar Israël deel van heb uitgemaakt. Twee oude volken, afgeschreven als eeuwige vijanden, die dezelfde Messias aanbidden. Twee beschavingen die meer geschiedenis delen dan hun regeringen ooit zullen toegeven.

Vorige week stuurde hij mij een bericht. Hij vroeg mij te bidden voor een vrouw die hij in Iran had onderwezen en gedoopt. De inlichtingendienst van de Revolutionaire Garde had haar gebeld, haar gevraagd zich te identificeren en haar meegenomen voor verhoor. Hij smeekte om gebed dat de Heilige Geest bij haar zou zijn, dat Jezus haar zou beschermen, dat zij niet mishandeld of gedood zou worden.

Ik bid sindsdien onophoudelijk voor haar.

Die vrouw is de reden waarom dit moment over zoveel meer gaat dan geopolitiek. Iran herbergt een van de snelst groeiende ondergrondse kerkbewegingen ter wereld. Miljoenen Iraniërs hebben in de afgelopen twintig jaar hun leven aan Jezus gegeven, niet ondanks vervolging, maar erdoorheen. Het vuur van vervolging heeft de verspreiding van het evangelie in Iran niet gestopt; het heeft haar aangewakkerd.

Jeremia profeteerde over het oude Elam, het gebied van het huidige Iran, met woorden van oordeel, maar hij eindigde niet daar. Hij eindigde met hoop: “In het laatst der dagen zal Ik het lot van Elam herstellen, spreekt de HEER.” Wat als de val van dit regime de deur is waardoor deze profetie werkelijkheid wordt? Wat als de vrouw die nu tegenover haar ondervragers zit deel uitmaakt van een beweging van God die op het punt staat voor het eerst in vijftig jaar in de openbaarheid te treden?

Wij geloven dat dit mogelijk is. Wij vasten en bidden alsof dat zo is.

Hoe u met ons kunt bidden

Als u dit van ver leest, wil ik dat u dit duidelijk hoort: de afstand tussen u en wat hier gebeurt, maakt uw gebeden niet symbolisch. Zij maakt ze noodzakelijk. De miljoenen mensen wier leven in deze regio op het spel staat, zijn afhankelijk van een wereldwijde gemeenschap van gelovigen die niet wegkijkt.

Bid voor de veiligheid van Israël terwijl de raketten blijven vallen. Bid voor het Iraanse volk, vooral voor de jonge generatie die onder dit regime is opgegroeid en verlangt naar een andere toekomst. Bid voor de vrouw die mijn vriend heeft gedoopt — en voor elke gelovige zoals zij die nu mogelijk in gevaar verkeert.


De miljoenen mensen wier leven in deze regio op het spel staat, zijn afhankelijk van een wereldwijde gemeenschap van gelovigen die niet wegkijkt.

Bid voor de ondergrondse kerk in Iran, dat dit moment de open deur zal worden waarvoor zij al decennialang voorbede doet.

En bid het gebed dat het volk van Esther bad, het gebed dat nog altijd dezelfde kracht draagt: Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Op een stille sabbatochtend in Israël renden mijn jongens huilend naar de schuilplaats. Die schelle toon trok door tot in mijn tenen. En ergens in Teheran ging een vrouw die de naam van Jezus kent zitten tegenover mannen die haar het zwijgen willen opleggen.

Beide dingen zijn op dit moment waar. En de God die Esthers vasten hoorde, hoort ook het onze.

Video: “Als wij nu moeten lijden zodat Iran bevrijd wordt, dan hebben we dat ervoor over”

Rebecca Kroese woont in Israël. In de afgelopen dagen moesten zij en haar gezin constant de schuilkelders in vanwege het luchtalarm. De afgelopen veertig dagen werd door veel Messiaanse gemeenten in Israël gevast, om te bidden voor Israël en voor Iran. Wat is de impact van de oorlog op kinderen in Israël? Hoe kijken Israëli’s naar de recente ontwikkelingen in Iran? Rebecca: “Israëli’s haten de Iraniërs niet - integendeel. Veel mensen zeggen: ‘Als wij een paar dagen in de schuilkelders moeten zitten zodat het Iraanse volk bevrijd kan worden, dan hebben we dat er graag voor over’”.

Bekijk deze video:

Anonieme auteur artikelen

De auteur

Rebecca Kroese

Doneren
Abonneren
Agenda