Vorige week sprak ik met wat Joodse vrienden over antisemitisme in Nederland. We waren het erover eens dat niet alles wat zich tegen de kleine Joodse minderheid in Nederland afspeelt, altijd veroorzaakt wordt door Jodenhaat. Er zit ook een gevaar in dit altijd als antisemitisme te bestempelen. Het begrip zou daarmee kunnen verwateren. We waren het er echter wel over eens dat je in je hart weet dat er iets niet klopt.
Eén van hen heeft een zoon die adjunct-directeur van een school was. Hij heeft negen maanden thuisgezeten tijdens de oorlog in Gaza, omdat het bestuur van de school hem mededeelde zijn veiligheid niet te kunnen garanderen. Een ander vertelde dat het leggen van ‘struikelstenen’ ter nagedachtenis aan vermoorde Joden in de Tweede Wereldoorlog was opgeschort. Ook zijn er veel Joodse Nederlanders die op hun werk worden buitengesloten omdat ze ‘zionist’ zouden zijn en weigeren zich uit te spreken tegen Israël.
We kennen allemaal veel voorbeelden van Joden die thuiszaten, omdat ze niet langer gepruimd werden. Hoe kon het gebeuren dat universiteitsbesturen massaal Israël zijn gaan boycotten en zo de academische vrijheid inperken? Sommige bestuurders zeiden best begrip voor Israël te hebben en ook de Joodse studenten te willen beschermen. Maar… zowel zij als hun kinderen werden persoonlijk bedreigd. Ze moesten tenslotte ook aan hun eigen veiligheid denken. Antwoorden die ons bekend voorkomen 85 jaar na de oorlog.
De praktijk leert dat het bezwijken onder intimidatie en leugens nieuwe intimidatie en verhevigde druk teweegbrengt.
Uiteindelijk is een samenwerking met het Weizmann Institute of Science en die paar Joodse studenten en docenten niet meer principieel. Angst veroorzaakt door intimidatie en slap optreden hebben knikkende knieën veroorzaakt. De praktijk leert echter dat het bezwijken onder intimidatie en leugens nieuwe intimidatie en verhevigde druk teweegbrengt. Mijn Joodse vrienden en ik willen niet accepteren dat er in dit land geen toekomst is voor Joodse Nederlanders.
PS Het Weizmann Institute of Science staat op de zesde plaats in de wereld, na vijf Amerikaanse universiteiten, in de biomedische en geologische wetenschappen.