Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Mozes, de Joodse leider

Door Rabbijn mr. drs. R. Evers - 

11 januari 2019

Friberg-The-Ten-Commandments-015-1024x593

Impressie van het ontvangen van de stenen tafelen door Mozes. - Beeld: Arnold Friberg

Wie was deze man die het Joodse volk uit Egypte leidde en hen de Thora gaf?

Bijzondere ouders, bijzondere kinderen
Mozes stamde van bijzondere ouders. Zijn vader Amram was de grootste geleerde van zijn generatie. Mozes’ moeder was Jochebed, die als vroedvrouw Shifra in de Thora verschijnt. Zij wordt wel eens de vijfde Aartsmoeder genoemd. Waarom?

Farao geeft opdracht alle Joodse jongetjes te doden bij de geboorte. Maar Jochebed weigert dit met gevaar voor eigen leven en komt er nog mee weg ook. G’d beschermt haar. Jochebed ervaart het als beloning dat het Joodse volk – mede door haar inzet – groeit en bloeit op vreemde bodem. Binnen 210 jaar wordt de familie van 70 personen een volk van meer dan 3 miljoen mensen. Daarom deed zij haar uiterste best om iedereen onder de beste omstandigheden in leven te houden. Voor arme kinderen ging Jocheved bij rijkere vrouwen ondersteuning vragen. G’d beloonde Jocheved

  • door haar via haar oudste dochter Mirjam de voormoeder te laten worden van de Davidische dynastie,
  • door haar via haar tweede kind Aäron de voormoeder te laten worden van de kohaniem, de stam van de priesters,
  • door haar via haar derde en jongste kind Mozes de voormoeder te laten worden van de levieten, de ondersteunders van de kohaniem bij de eredienst en de onderwijzers van het volk.

Aan het begin van het tweede boek van de Thora, Exodus (Sjemot) staat alles anoniem. De dochter van Farao (Bitja, ‘dochter van G’d’) staat er zonder eigennaam maar ook de ouders van Mozes worden nog niet direct bij naam genoemd: “Een man uit de stam Levi trouwde met een dochter uit de stam Levi en daaruit kwamen Mozes en Aäron voort”.

Het was een tijd van tegenslagen, verval, vernedering en onderdrukking. Pas later verschijnen er namen met gezichten (Exodus 6:20): “Toen trouwde Amram met Jochebed zijn tante en zij kregen Aäron en Mozes”. Hier begon het verhaal van de bevrijding en de ontvangst van de Thora. Daar wilde iedereen weer bijhoren en zich een deel van de geestelijke bevrijding voelen. Daarom verschijnen overal weer de namen van de hoofdrolspelers.

Mozes’ pleegmoeder
Bitja, de dochter van Farao, krijgt later een nieuwe naam. Zij wordt Bitja, de dochter van G’d, genoemd na haar heimelijke bekering tot het monotheisme. Deze eretitel kreeg ze omdat ze het bevel van haar vader, de Farao, negeerde en een Joods kind redde met gevaar voor eigen leven. Verplaats u even in haar positie. Als dochter van Farao had ze moeten weten dat Mozes in zijn rieten mandje een Joods kind was. Waar haalde zij de psychische kracht vandaan het bevel van haar bloedeigen vader te negeren en een Joods kind aan het hof van Farao te laten opgroeien?

Nadat zij Mozes uit de Nijl getrokken had, noemde Bitja haar pleegzoon Mozes. Eigenlijk had zij hem Masjoejmoeten noemen dat het deelwoord “uit (het water) getrokken” zou zijn in het Hebreeuws. Bitja noemde hem echter profetisch Mozes, dat letterlijk “uittrekker” betekent omdat zij op de een of andere wijze aanvoelde dat hij later de historische Exodus uit Egypte zou leiden.

Het was haar G’dvrezendheid die haar deed besluiten frontaal tegen het besluit van haar vader in te gaan. G’dvrezendheid heeft in de Tora iets te maken met het redden van leven. Voordat Avraham het Filistijnse Gerar betreedt spreek hij met zijn vrouw Sara af dat zij zijn zuster heet (dit was geen leugen want Sara was een halfzuster van Avraham). Toen de Filistijnse koning Avimelech hem vroeg om zijn daden te verantwoorden, antwoordde Avraham (Genesis 20:11): “Ik was bang dat de mensen hier geen ontzag voor G’d zouden hebben en dat ik gedood zou worden wegens mijn vrouw”.

De profeet Ovadja was zeer G’dvrezend en redde het leven van 100 profeten door ze in twee grotten te verbergen en onderhield hen op eigen kosten (1Koningen 18:4). Ook de vroedvrouwen Shifra (Jochebed) en Poea (Mirjam) waren zeer G’dvrezend en doodden de Joodse kinderen daarom niet (Exodus 1:17). Een eyeopener in onze moderne omgeving waar euthanasie geen uitzondering meer is.

De opofferingsgezindheid voor het goede, het monotheïsme, de mensheid en het jodendom van deze twee bijzondere vrouwen moet hun stempel hebben nagelaten in de ziel van Mozes.

Van achter de schapen
Mozes werd gekozen als leider van het Joodse volk omdat hij zich als schaapherder om ieder individueel dier bekommerde. Hij groeide op aan het hof van Farao omdat de toekomstige leider met een gevoel van heerschappij moest kennismaken. Hij moest ook een beetje op afstand van zijn broers en zusters opgroeien om later niet als ‘klassevriendje’ van iedereen bekeken te worden. Afstand schept respect en zo werd de basis gelegd voor Mozes’ latere leiderschap. Maar desalniettemin vervreemdt Mozes zich niet van het slavenvolk en gaat hij uit om de ellende van zijn volk aan den lijve te ondervinden.

Bij strijd grijpt hij direct in, ook al moet hij zich gerealiseerd hebben dat dat zijn positie aan het hof van Farao zou kosten. Eerst ziet hij – als jongen van 12 jaar – hoe een Egyptenaar een Jood sloeg. Daarna grijpt hij in bij een ruzie tussen Datan en Aviram, twee Joden. Bij de bron in Midjan redt hij de wildvreemde dochters van Jethro uit de handen van de herders. Mozes twijfelt niet en staat voor gerechtigheid.

Van stotteraar tot leider
Mozes kon kennelijk niet goed praten. Bij het brandende doornbosje noemt hij zichzelf ‘zwaar van tong’ en geeft daarmee aan problemen te hebben met het uitspreken van de tongletters zoals de d, t, l en n. Met ‘zwaar van mond’ doelde hij waarschijnlijk op de tandletters s en z. Waarom kiest G’d als woordvoerder een man met een spraakprobleem, die stottert?

G’d zei hem: “Wie heeft jou als mens een mond gegeven? Wie maakt de mens stom, doof, ziende of blind? Dat ben Ik toch, G’d?” (Exodus 4:11). G’d verzekert Mozes: “Ik zal met je spraak zijn en je aanwijzen wat je zult zeggen”. Later wordt Mozes’ broer Aäron als woordvoerder aangesteld.

G’d maakt Mozes duidelijk dat hij geen welbespraakte politicus wil sturen maar een stotteraar opdat de mensen niet zullen denken dat het Mozes’ overredingskracht was die de Joden uit Egypte heeft geleid. Men zal zich realiseren dat het slechts G’ds hand was die de Uittocht leidde.

Mozes was – ondanks of misschien juist door zijn nabijheid tot G’d – de nederigste mens op aarde. Hoe Mozes zo nederig bleef? Mozes realiseerde zich als geen ander dat al zijn krachten en talenten een directe gave van G’d waren. Hij begreep dat alles van Boven kwam en dat G’d dezelfde capaciteiten aan een ander zou kunnen geven en dat hij zelf niets bijzonders was. Dit was Mozes!

Rabbijn-mr.-drs.-R.-Evers_avatar-90x90 (1)

De auteur

Rabbijn mr. drs. R. Evers

Rabbijn R. Evers was opperrabbijn in Dusseldorf. Hij maakte in de zomer van 2021 met zijn vrouw alija naar Israël. 

Doneren
Abonneren
Agenda