Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Met gebeden en modder de nacht in (deel 2)

Door Yoel Schukkmann - 

21 januari 2026

F241212CCG13 (1)

Huilende orthodoxe mannen bij een begrafenis. | Foto: Flash90

Een begrafenis net vóór Sjabbat draagt een soort pijn die woorden niet kunnen bevatten, omdat je geen tijd hebt om het te verwerken, en je geen toestemming hebt om uit elkaar te vallen. De wereld huilt, maar de klok tikt door, en de heilige dag komt zoals elke andere week.

Voor Sjabbat hadden wij tien jongens van de jeshiva van deze jeshiva-jongen, jonge mannen die naast hem leerden, met hem lachten, en met hem worstelden door de woorden van onze Geleerden en door hun groei in Thora en Avodat Hasjem (dienst aan G-d). We zongen, en we maakten zelfs grappen, want op Sjabbat is er geen rouw. Maar bijna iedereen aan onze tafel had letterlijk het lichaam van hun vriend eerder die dag gedragen. En zonder dat iemand het plande, zonder een woord of aanmoediging, begonnen de jongens ineens te zingen. Eerst zacht, en daarna steeds sterker, alsof hun zielen een plek nodig hadden om zich uit te storten. En terwijl ik luisterde, besefte ik dat de jongen die naast mij zat ooit zijn kamergenoot was geweest, en toch zong hij luid mee met zijn vrienden:

“Tov le’hodos laSjem, oe’lezamer l’sjimcha Eljon. Lehagid ba’boker chasdecha, ve’emoenascha baleelos.” Het is goed om G-d te danken, en te zingen voor Uw Naam, O Allerhoogste. Om van Uw goedheid in de ochtend te vertellen, en Uw geloof tijdens de nachten” (Psalm 92:2).

Het was niet zomaar een lied. Het was een verklaring van puur geloof. De stille kracht van een Joodse ziel, dat zelfs in pijn we ons nog steeds tot G-d wenden en zeggen: “Het is goed om U te danken.” We zingen voor U. We houden vast. En terwijl ik naar hen luisterde, herinnerde het mij aan iets dat ik ooit hoorde over Rebbe Yitzchok Menachem Mendel Danziger (1880 - 1943) de Rebbe van Alexander. Dit deelde ik met hen toen ze klaar waren met zingen.

Deze Rebbe legde de woorden uit die onze bochurim (jeshiva-jongens) zongen, terwijl hij op weg was naar de gaskamer in Treblinka: “Het is goed om G-d te danken, en te zingen voor Uw Naam, O Allerhoogste.” Hij zei: wanneer alles in ons leven goed gaat, en het leven schijnbaar mooi is, is het vanzelfsprekend dat we Hasjem danken en voor Hem zingen. “Om van Uw goedheid in de ochtend te vertellen”: wanneer de ochtend komt, wanneer het licht van de dag komt, wat de goede dingen in het leven voorstelt, danken we G-d voor “chasdecha,” Uw liefdevolle goedheid voor ons.

“De stille kracht van een Joodse ziel, dat zelfs in pijn we ons nog steeds tot G-d wenden en zeggen: 'Het is goed om U te danken.'”

Maar dan gaat het Bijbelvers verder: “Ve’emoenascha baleelos" - "en voor Uw geloof tijdens de nachten”. De nachten stellen de donkere tijden van het leven voor. Tijden van verwarring, angst, pijn en verlies, en wanneer we niet meer helder kunnen zien.

De Alexander Rebbe legde uit, er had moeten staan: “ve’emoenasenoe” (ons) of “ve’emoenasi” (mijn) geloof ba’leelos (tijdens de nachten). Niet Uw geloof. Waarom staat er Uw (G-d’s) geloof?

Dit betekent dat Hasjem geloof in ons heeft. Dat wij in staat zijn om elk “slecht” ding te accepteren voor het goede. Hasjem gelooft dat wij door onze moeilijke tijden heen kunnen komen. Daarom dankt het vers Hasjem zowel voor Zijn open goedheid naar ons toe, als voor Zijn geloof in ons wanneer wij door moeilijke tijden gaan. Dit is wat de Alexander Rebbe leerde in zijn eigen donkerste nacht-uur.

Tranen vergieten

“In situaties zoals de afgelopen dagen die we hebben meegemaakt,” vertelde ik de jeshiva-jongens rond onze tafel, “kan iemand gemakkelijk het gevoel hebben van: 'we hebben zó veel gebeden, mensen hebben zo veel goede voornemens op zich genomen; er was zoveel eenheid. Waar is het allemaal gebleven? Waar zijn de duizenden Psalmen gebleven, de eindeloze uren gebed, en het voortdurende leren voor zijn redding?'"

Misschien kunnen we dit uitleggen met de woorden van onze Geleerden: “Kol hamorid dema’ot al adam kasher, HaKadosh Baruch Hu sofran oe’manichan b’bees genazav.” G-d telt elke traan die vergoten wordt voor een G-dvrezend mens, en legt die weg in Zijn schatkamer.
Meestal begrijpen we dit zo: iemand overlijdt, en mensen huilen om hem. Maar misschien kunnen we deze keer zeggen dat het niet alleen gaat om de tranen omdat hij onze wereld heeft verlaten. Misschien gaat het ook over alle tranen die vergoten werden zodat hij ons niet zou verlaten. Dat hij levend gevonden zou worden, en later, dat hij snel gevonden zou worden, zodat hij een juiste Joodse begrafenis kon krijgen.

Helaas gebeurt het soms dat zulke tragedies plaatsvinden, en het Joodse volk een geestelijke ontwaking ervaart. Mensen beginnen Psalmen te zeggen, ze bidden, en ze nemen op zich om zichzelf op allerlei gebieden te verbeteren. Hoeveel tranen zijn er hierdoor vergoten? Allemaal omdat ze zijn terugkeer wilden zien…

“Hasjems schatkamer is als een spaarrekening waarin al onze tranen worden bewaard. Geen van onze tranen, gebeden of inspanningen was tevergeefs. ”

Toch heeft G-d Zijn eigen berekeningen, en Hij is groter dan wat wij zelf kunnen begrijpen. Zoals het vers zegt: “De Rots, volmaakt is Zijn werk, want al Zijn wegen zijn recht; een G-d van trouw, zonder onrecht; rechtvaardig en oprecht is Hij” (Deuteronomium 32:4). Maar we moeten allemaal één ding weten.

In het algemeen groeien we op met het idee dat we bidden, en we geholpen worden. We doen dit en dat, en we krijgen een oplossing. Maar er zijn momenten waarop G-d ons zegt: je hebt gebeden, je hebt om iets gevraagd… en het antwoord is 'nee'. Maar je moet weten dat waarvoor je hebt gebeden, al de uren die je hebt besteed, al je gebeden, je Psalmen, je leren, en je goede voornemens om jezelf te verbeteren, allemaal geteld worden en opzij worden gezet in een 'bankrekening'. Hasjems schatkamer is als een spaarrekening waarin al onze tranen worden bewaard. We begrijpen G-ds wegen niet. Maar geen van onze tranen, gebeden of inspanningen was tevergeefs. Alles wordt bewaard in onze Hemelse spaarrekening, en het zal tevoorschijn komen wanneer we het het meest nodig hebben.

We begrijpen niet waarom sommige mensen maar zo weinig jaren in deze wereld krijgen, terwijl anderen er meer krijgen. We begrijpen niet waarom zo’n kostbare ziel van ons werd weggenomen. Maar één ding is zeker: deze jeshiva-jongen heeft een verheven ziel. Een ziel die zo’n geestelijke ontwaking onder Joden teweegbracht; mensen samenbracht, en eindeloze Thora-studie, gebed, en nabijheid tot onze Vader in de Hemel voortbracht. Zoals een jongen van zijn jeshiva mij zei: “Deze afgelopen drie dagen waren dagen van pure nabijheid tot de Eibishter (de Eeuwige) voor mij.”

Dit bracht zeker een enorme opschudding in de Hemelse gewesten teweeg, en alles daarvan zal in zijn verdienste zijn, stijgend hoger en hoger. En het is zeker dat elke daad die voor hem werd gedaan, bewaard wordt in de Hemelse schatkamer. Zonder twijfel zal dit op een dag naar ons terugkeren wanneer het nodig is.

Moge wij alleen blijde gelegenheden zien en alleen vreugde delen, totdat wij zullen dansen bij de ultieme vreugde van de uiteindelijke verlossing, spoedig en in onze dagen.

Dit is deel 2. Deel 1 kunt u hier lezen.

Yoel Shukkmann

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland en maakt deel uit van een chassidische gemeenschap, een stroming binnen het ultra-orthodoxe Jodendom. In zijn tienerjaren verhuisde hij naar Israël om in...

Doneren
Abonneren
Agenda