Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Gevlucht uit Egypte

Door Sara van Oordt-Jonckheere - 

16 juni 2022

Vluchtelingen uit Arabische landen in Israël

Joodse vluchtelingen uit de Arabische landen na 1948

Levana groeide op als Joods meisje in Egypte. Nadat Israël onafhankelijk werd in 1948, werd het leven voor Joden in Egypte steeds moeilijker. Dreigtelefoontjes, stenen door de ruit, arrestaties en inbeslagname van bezittingen. Tot het zo niet verder kon...

Levana Zamir-Vidal werd geboren in 1938 in Cairo, Egypte. Haar ouders waren er de eigenaars van een grote drukkerij. Thuis sprak de familie Vidal Arabisch en Frans. Toen Levana opgroeide ging ze naar een christelijke school. Haar beste vriendinnen waren een islamitisch meisje en een christelijk meisje. Samen werden ze op school ‘het trio’ genoemd – ze waren onafscheidelijk. Dat ze Joods was, daarvan was Levana zich nauwelijks bewust.

Levana

Levana Zamir-Vidal

Levana: “Alles veranderde op 14 mei 1948. David Ben-Goerion riep op vrijdagmiddag de onafhankelijkheid van Israël uit. Diezelfde nacht om middernacht vielen tien Egyptische officieren ons huis binnen. Ze doorzochten alles: matrassen werden opengesneden, alle lades werden doorzocht. Ik herinner het me goed, het was traumatisch. Wij wisten niet wat ze zochten. Mijn oom die op de eerste verdieping woonde werd gearresteerd door de politie. Toen ik de volgende ochtend aan mijn moeder vroeg of mijn oom dan een crimineel was, antwoordde ze: ‘Ze hebben hem meegenomen omdat hij een Jood is, net als wij’."

"Dat was een grote schok voor me, want in Egypte werd het beschouwd als een misdaad als je Joods was. Twee weken later verklaarde Koning Farouk dat elke Zionist een vijand is van Egypte. De straf op deze misdaad: gevangenschap en inbeslagname van alle eigendommen. En dat gebeurde, niet alleen met mijn oom maar ook met 1.300 andere Joodse mannen.”

Vluchtelingen

Tien maanden lang werd de familie Vidal het leven moeilijk gemaakt. Bedreigende telefoontjes, stenen door de ruit, het was angstaanjagend. Levana: “Koning Farouk liet de Joden niet vertrekken uit het land, omdat hij de Zionistische staat niet wilde helpen. Mijn vader wilde ook niet weg uit Egypte voordat mijn oom vrijgelaten zou worden.”

Uiteindelijk na maandenlang wachten kwam Levana’s oom vrij: “De bewakers zeiden: ‘Wil je vrij zijn? Prima, maar dan moet je Egypte onmiddellijk verlaten per schip, via Alexandrië’. Uiteraard wilde mijn oom vrij zijn, dus hij stemde toe. Toen kwam de politie naar mijn vader toe. Ze zeiden: ‘Wil je je broer zien? Dat kan, en we adviseren je om ook Egypte te verlaten’.”

Dat was het moment dat de ouders van Levana begin 1949 besloten om te vertrekken. “Mijn ouders hadden mij niks verteld. Toen ik thuiskwam van school zag ik koffers in de gang staan en ik vroeg: ‘waar gaan we heen?’ Ze zeiden: ‘we gaan naar Frankrijk’.” Het enige wat de familie Vidal mocht meenemen was een koffer en - omgerekend - 20 euro per persoon. Ze kwamen terecht in Marseille in een opvangkamp voor vluchtelingen.

Van Frankrijk naar Israël

Levana: “In het naoorlogse Frankrijk was antisemitisme nog schering en inslag. Toen we buiten speelden werden we regelmatig uitgemaakt voor ‘vuile Joden’. Mijn vader wilde graag een leven opbouwen in Frankrijk, omdat we allemaal goed Frans spraken. Maar mijn moeder wilde niet dat haar kinderen ooit nog zouden moeten vluchten om wie ze zijn. Daarom emigreerden we naar Israël.”

Het gezin kwam terecht in een kamp in Tiberias. Levana: “De omstandigheden daar waren nog veel erbarmelijker dan het kamp in Frankrijk. We kwamen aan in november 1949, het begin van de winter. We kregen een tent toegewezen. Het regende constant en op een nacht werd de tent door een storm weggeblazen. Maar wij, de kinderen, beschouwden het als een mooi en groot avontuur.”

Levana Zamir (at right) with her mother on the balcony of their house in Egypt,

Levana en haar moeder in Cairo, Egypte, begin 1949

De tweede exodus

“We noemen onze uittocht uit Egypte de ‘tweede exodus’. De geschiedenis van Egypte en Israël is al vele eeuwen vervlochten met elkaar. Abraham ging naar Egypte voor voedsel tijdens de hongersnood. Jozef was onderkoning van Egypte. Het volk Israël woonde er vierhonderd jaar. In het verhaal dat we lezen tijdens Pesach staat: ‘Jullie zijn met enkelen naar Egypte gegaan, en jullie zijn eruit vertrokken als natie’. Dus het volk Israël is in Egypte ontstaan. Duizenden jaren hebben er Joden gewoond in Egypte, tot nu. Dat er nu geen Joden meer wonen, is verdrietig.”

Levana woont inmiddels al vele jaren in Tel Aviv. “Ik voel me Egyptisch, maar ik voel me ook een Israëli. Soms kan ik niet geloven dat ik in Jeruzalem mag werken, dat is niet vanzelfsprekend. Wij zijn de bevoorrechte generatie die Israël mochten zien herleven. Ik beschouw het als een voorrecht voor mij, voor mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Israël is een wonder. En ik bid God om dat wonder te beschermen voor ons, en voor de hele wereld.”

Sara van Oordt

De auteur

Sara van Oordt-Jonckheere

Sara werkt als hoofd media en communicatie bij Christenen voor Israël.

Doneren
Abonneren
Agenda