Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Experts waarschuwen: Europese handelsbeperkingen kunnen Palestijnen hun baan kosten

Door David Israel (TPS-IL/JNS) - 

5 november 2026

F140907FFF24

Palestijnse bouwvakkers aan het werk in een Israëlische nederzetting in Judea en Samaria. | Foto: Flash90

Europese sancties tegen Israëlische bedrijven in Judea en Samaria dreigen de economische omstandigheden te verslechteren, waardoor Palestijnen gedwongen worden hun toekomst elders te zoeken, onder meer in Europa zelf, zo verklaarden deskundigen tegenover The Press Service of Israel.

Sancties, zoals die onlangs door Groot-Brittannië zijn geïnitieerd, kunnen bedrijven ondermijnen en de Palestijnse emigratie naar Europa aanwakkeren, aldus de sprekers.

Voor Palestijnen die in dienst zijn bij Israëlische bedrijven kunnen de gevolgen van boycots en sancties onmiddellijk merkbaar zijn. Werknemers in Israëlische industriezones in Judea en Samaria verdienen vaak bijna twee keer zoveel als hun collega’s die voor Palestijnse werkgevers werken. Het sluiten of verplaatsen van deze bedrijven kan duizenden Palestijnen beroven van relatief goedbetaalde banen, waardoor ze werkloos worden of gedwongen worden aanzienlijk lagere lonen te accepteren.

De economische druk komt te midden van een breder fenomeen van Palestijnse emigratie. Uit enquêtes is herhaaldelijk gebleken dat een aanzienlijk aantal Palestijnen, met name jongeren, zou vertrekken als ze de kans kregen. Economische tegenspoed, onveiligheid en pessimisme over de toekomst behoren tot de belangrijkste redenen.

Het resultaat is een groeiende tegenstrijdigheid: Europese regeringen die zeggen dat ze de levensomstandigheden van de Palestijnen willen verbeteren, ondersteunen mogelijk beleid dat het steeds moeilijker maakt om in Palestijnse gemeenschappen te blijven wonen.

Een Israëlische zakenman van het industriepark Barkan in Samaria vertelde aan TPS-IL dat hij niet twijfelt over het lot van de honderden Palestijnen die hij in dienst heeft. Zvika wilde zijn achternaam niet noemen, omdat hij niet de aandacht van de boycotbeweging op zich wilde vestigen.

“Zij zullen als eersten de gevolgen ondervinden”, vertelde hij aan TPS-IL. “Wij voorzien hen van een inkomen. Als dit schade toebrengt aan onze bedrijven, zullen zij als eersten hun baan verliezen en werkloos worden.”

Volgens Zvika zouden dergelijke maatregelen leiden tot “enorme schade aan een brede industriële sector waar tienduizenden mensen werken”.

“Ik wil benadrukken dat deze werknemers dezelfde arbeidsvoorwaarden krijgen als Israëliërs, inclusief alle sociale voorzieningen. Ze verdienen een goed salaris. Als ze werk kunnen vinden bij een Palestijnse werkgever, bedraagt het loon daar ongeveer 20 procent van wat wij betalen. Maar het is allerminst zeker dat ze daar werk kunnen vinden.”

“Europese regeringen die zeggen dat ze de levensomstandigheden van de Palestijnen willen verbeteren, ondersteunen mogelijk beleid dat het steeds moeilijker maakt om in Palestijnse gemeenschappen te blijven wonen.”

Werknemers zitten tussen twee vuren

Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties is het reële bruto binnenlands product (bbp) in de Palestijnse Autoriteit (PA), inclusief Oost-Jeruzalem, tussen het eerste kwartaal van 2023 en het eerste kwartaal van 2025 met 17,1 procent gekrompen. De Wereldbank meldde dat het gecombineerde reële bbp in de PA en Gaza in 2024 met 28 procent kromp, daalde tot 10,6 miljard dollar en daarmee 15 jaar economische groei tenietdeed.

Het Palestijnse Centraal Bureau voor de Statistiek meldde dat de werkloosheid in de PA steeg van ongeveer 14 procent in het derde kwartaal van 2023 – oftewel 129.000 mensen – tot 29,5 procent in het eerste kwartaal van 2026 – oftewel 294.000 mensen –, alvorens in het tweede kwartaal af te nemen tot 27,9 procent – oftewel 284.000 mensen.

Ondertussen bedroeg het aantal Palestijnen uit de PA dat in dienst was bij Israëlische werkgevers 53.000 in het tweede kwartaal van 2026, een stijging ten opzichte van 48.000 in het voorgaande kwartaal. Dit cijfer omvat zowel Palestijnen die in Israël zelf werken als Palestijnen die werkzaam zijn in Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria.

Volgens het Palestijnse Centraal Bureau voor de Statistiek werkten ruim 35.000 mensen binnen de Groene Lijn, de wapenstilstandslijn van vóór 1967, terwijl nog eens 17.600 mensen werkzaam waren in Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria. Hun gezamenlijke gemiddelde dagloon bedroeg 263,40 sjekel ($ 84,14), bijna het dubbele van de 134,30 sjekel ($ 42,90) die Palestijnen verdienden die voor Palestijnse werkgevers werkten.

Een artikel uit oktober 2026, gepubliceerd door het Jerusalem Center for Security and Foreign Affairs, waarschuwde echter dat Britse sancties tegen producten die door Israëlische bedrijven in Judea en Samaria worden vervaardigd, ernstige gevolgen zouden kunnen hebben voor de Palestijnse werknemers die daar in dienst zijn.

Het artikel, geschreven door de voormalige Israëlische ambassadeur in Canada Alan Baker en Maurice Hirsch, directeur van het Initiative for Palestinian Authority Accountability and Reform, waarschuwde dat sancties Israëlische bedrijven ertoe zouden kunnen aanzetten Palestijnse werknemers te ontslaan. Israël zou ook kunnen overwegen werkvergunningen in te trekken, wat mogelijk gevolgen zou hebben voor de bredere groep van 53.000 Palestijnen die in dienst zijn bij Israëlische werkgevers, inclusief degenen die binnen de Groene Lijn werken.

Aangezien de werkloosheid onder Palestijnen al bijna 30 procent bedraagt, schatten zij dat het verlies van deze relatief goedbetaalde banen het werkloosheidspercentage zou kunnen opdrijven tot tussen de 32 procent en 34 procent.

F00FFF

Palestijnse bouwvakkers aan het werk in een Israëlische nederzetting in Judea en Samaria. | Foto: Flash90

Palestijnse werknemers zouden met twee verschillende risico’s te maken kunnen krijgen: een afname van Europese orders zou ertoe kunnen leiden dat getroffen bedrijven in Judea en Samaria banen schrappen, wat mogelijk gevolgen zou hebben voor een deel van de 17.600 Palestijnen die daar werkzaam zijn, terwijl een eventueel Israëlisch besluit om werkvergunningen in te trekken als reactie op de beperkingen ook gevolgen zou kunnen hebben voor Palestijnen die binnen de Groene Lijn werken. Hirsch en Baker beschreven dit laatste als een mogelijke Israëlische tegenmaatregel.

In opmerkingen aan TPS-IL omschreef Hirsch de Europese aanpak als "waanzinnige hypocrisie". Hij stelde dat Europese landen weliswaar miljoenen vluchtelingen uit Syrië en elders in het Midden-Oosten hebben opgenomen, maar dat ze veel minder bereid zijn geweest om Palestijnen op te nemen, zelfs in oorlogstijd.

Na de door Hamas geleide terroristische aanslagen in het zuiden van Israël op 7 oktober 2023 verbood Israël ongeveer 115.000 Palestijnse werknemers met een vergunning het land binnen te komen.

Volgens Gisha, een Israëlische ngo voor mensenrechten en rechtsbijstand die zich richt op de bewegingsvrijheid van Palestijnen, werden van de ongeveer 48.000 werkvergunningen die bij het uitbreken van de oorlog werden opgeschort, er in 2024 ongeveer 32.000 verlengd. Uit de verlenging van de vergunningen blijkt echter niet hoeveel arbeiders daadwerkelijk zijn teruggekeerd naar hun werk.

Een stille uittocht

Economische moeilijkheden maken deel uit van een breder probleem: Palestijnen verlaten hun gemeenschappen op zoek naar kansen in het buitenland, met name in Europa en Noord-Amerika.

Duitsland is van oudsher een belangrijke Europese bestemming voor Palestijnse asielzoekers, terwijl Griekenland en Cyprus als belangrijke toegangspunten fungeren. Er bestaan ook gevestigde Palestijnse gemeenschappen in Zweden, Denemarken, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Concrete cijfers over de Palestijnse emigratie zijn moeilijk vast te stellen. Tussen 2015 en 2025 ontvingen de lidstaten van de Europese Unie 216.000 eerste asielaanvragen van mensen die geregistreerd stonden als staatloos, van onbekende nationaliteit of als burgers van Palestina.

De wens om te vertrekken dateert van vóór de huidige oorlog. In september 2022 meldde dr. Khalil Shikaki, directeur van het in Ramallah gevestigde Palestinian Center for Policy and Survey Research, dat gemiddeld 30 procent van de Palestijnen in het afgelopen decennium de wens had geuit om te emigreren. In Gaza bedroeg dit cijfer 41 procent, tegenover 23 procent in de PA. Onder jongeren van 18 tot 29 jaar lag het gemiddelde op 42 procent, oplopend tot 53 procent in Gaza.

Shikaki schreef de wens om te vertrekken toe aan ontevredenheid over de levensomstandigheden, onveiligheid en pessimisme over verzoening tussen de PA en Hamas in Gaza.

Uit andere onderzoeken van het centrum is gebleken dat tussen de 25 procent en 33 procent van de Palestijnen zou vertrekken als ze de kans kregen.

“Er vindt momenteel een zeer omvangrijke uittocht plaats uit Judea en Samaria. Grote aantallen Palestijnen vertrekken, met name jongeren.”

— Dr. Mordechai Kedar

Dr. Mordechai Kedar, een Israëlische wetenschapper op het gebied van de Arabische cultuur en docent aan de Bar-Ilan-universiteit, vertelde TPS-IL dat de Palestijnse uittocht sterker uitgesproken is onder de jongere generatie.

“Er vindt momenteel een zeer omvangrijke uittocht plaats uit Judea en Samaria. Grote aantallen mensen vertrekken, met name jongeren. Het zijn vooral jonge mannen, maar het blijkt dat ook jonge vrouwen vertrekken”, zei hij.

Kedar suggereerde dat ook veranderende opvattingen binnen gezinnen een rol spelen. Van oudsher, zo zei hij, waren sommige Arabische gezinnen terughoudend om ongehuwde dochters zelfstandig naar het buitenland te laten reizen, maar naarmate meer jonge mannen vertrekken, zo stelde hij, zijn sommige gezinnen steeds meer bereid om ook hun dochters te laten emigreren.

Een verdeeld Europa

De Europese Unie blijft verdeeld over voorstellen om de handel met Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria te beperken. Sommige lidstaten hebben aangedrongen op strengere maatregelen naar aanleiding van het advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2024 over het beleid van Israël in de Palestijnse gebieden. Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Tsjechië hebben zich verzet tegen een algeheel handelsverbod.

Krachtens de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël geldt de preferentiële handelsbehandeling niet voor goederen die afkomstig zijn uit Israëlische nederzettingen in Judea en Samaria. Veel producten kunnen echter nog steeds de Europese markt betreden onder de standaard tariefregelingen voor meestbegunstigde natie, afhankelijk van hun classificatie.

Een uitspraak van het Europees Hof van Justitie uit 2019 schrijft voor dat voedingsmiddelen afkomstig uit door Israël bezette gebieden hun gebied van herkomst moeten vermelden en, indien van toepassing, moeten aangeven of ze afkomstig zijn uit een Israëlische nederzetting.

In juli 2026 legde de Europese Commissie de ministers van Handel verschillende opties voor verdere beperkingen voor, waaronder speciale uitvoervergunningen voor bedrijven die actief zijn in Israëlische nederzettingen in Judea en Samaria, hogere invoerrechten op hun producten en een gedeeltelijk of volledig handelsverbod.

Bij gebrek aan overeenstemming op EU-niveau hebben verschillende landen nationale beperkingen op de handel met Israëlische nederzettingen in Judea en Samaria doorgevoerd of aangekondigd.

In september 2026 kondigde Groot-Brittannië plannen aan om de invoer van goederen uit deze gemeenschappen te verbieden en gerichte maatregelen in te voeren tegen personen en entiteiten die betrokken zijn bij de uitbreiding van nederzettingen. De regering verklaarde dat wetgeving voor de bredere beperkingen naar verwachting binnen zes tot negen maanden zou worden ingediend.

Ook Frankrijk en Canada hebben plannen aangekondigd om nationale verboden op goederen uit de nederzettingen in te voeren. Groot-Brittannië, Frankrijk en Canada verwelkomden de maatregelen die reeds zijn genomen of worden geïmplementeerd door Ierland, Spanje, Noorwegen, België en Nederland.

Ondertussen hebben Denemarken, Finland, IJsland, Polen, Portugal en Zweden hun steun toegezegd voor verdere maatregelen, maar hebben zij nog geen gelijkwaardige verboden aangekondigd.

Anonieme auteur man

De auteur

David Israel (TPS-IL/JNS)

Doneren
Abonneren
Agenda