Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Israël Aktueel

Achtergrond

Terug naar overzicht

Een plek waar verschillen vervagen: wat de wereld kan leren van de Israëlische zorg

Door Joanne Nihom - 

5 augustus 2026

0801-0901 - optie 1 F250624DC210

Een Arabische verpleegkundige aan het werk in een ziekenhuis in het noorden van Israël. | Foto: Flash90

In de wachtkamer van het ziekenhuis lijkt de wereld even samen te komen. Mensen zitten dicht naast elkaar op plastic stoelen, sommigen zwijgend voor zich uit starend, anderen zacht pratend terwijl kinderen ongeduldig heen en weer bewegen. De ruimte gonst van geluiden. Hebreeuws vermengt zich met Arabisch, afgewisseld door het piepen van apparaten en de monotone stem uit de luidspreker die telkens nieuwe namen roept. Buiten woedt de hitte van een Israëlische middag, maar binnen draait alles om iets anders: wachten, hoop en gezondheid.

Ik ben met een vriend meegekomen die voor controle naar het ziekenhuis, het Galilee Medical Center, in Nahariya moet. Het is geen groot drama, geen spoedgeval, maar zoals altijd brengt een ziekenhuisbezoek een zekere spanning met zich mee. Terwijl hij formulieren invult, kijk ik rond. Een orthodox-Joodse man bladert door een krant. Naast hem zit een Arabische vrouw met een hoofddoek die haar slapende kleinkind tegen zich aantrekt. Twee verpleegkundigen lopen haastig voorbij. De een spreekt Hebreeuws, de ander antwoordt in Arabisch. Niemand lijkt daar vreemd van op te kijken. Het is hier de normaalste zaak van de wereld.

Een ziekenhuis in Israël is bij uitstek een plek van samenzijn. Een plek waar Joodse en Arabische artsen, verpleegkundigen en verzorgers samenwerken. Waar baby’s van verschillende achtergronden worden geboren en waar je hoopt dat de wereld buiten het ziekenhuis ooit iets kan leren van de wereld daarbinnen.

Co-existentie in de praktijk

Wanneer mijn vriend eindelijk geroepen wordt, lopen we samen naar binnen. De arts blijkt een moslim te zijn, zijn assistente een Joodse vrouw. Hoe ik dat weet? Omdat we tijdens het consult in gesprek raken. Eerst gaat het over alledaagse dingen: het drukke verkeer, de lange wachttijden, het warme weer. Maar al snel verschuift het gesprek naar iets dat zwaarder weegt. De boycot van Israëlische universiteiten en ziekenhuizen, die vanuit verschillende landen steeds vaker wordt gesteund, komt ter sprake. Veel artsen en onderzoekers voelen dat vooral internationale samenwerkingen vanuit Europa onder druk staan.

De arts leunt even achterover in zijn stoel en schudt zijn hoofd. “Mensen zien alleen het conflict, maar ze zien niet wat hier dagelijks gebeurt. Iedereen zou eigenlijk eens een kijkje moeten nemen in een Israëlisch ziekenhuis waar dan ook in het land. Dit is co-existentie op zijn best.”

De assistente knikt instemmend. Zij vertelt dat ze jarenlang samenwerkte met collega’s in Nederland en België. Sommige contacten zijn inmiddels verbroken. Uit angst, politieke druk of simpelweg omdat instellingen geen risico meer willen nemen. “Dat doet pijn,” zegt ze zacht. “Want wetenschap en geneeskunde zouden juist bruggen moeten bouwen.”

Massad Barhoum

Terwijl mijn vriend verder praat met de arts over zijn gezondheid, dwaal ik in gedachten af naar een interview dat ik een tijdje geleden had met dokter Massad Barhoum, de directeur van het ziekenhuis waar we nu zijn. “In een ziekenhuis gaat het over mensen”, zei hij toen. “Over onderlinge interacties en het redden van levens. Politiek is bij ons geen issue. In het ziekenhuis heerst vrede, iedere dag opnieuw.”

Dat waren geen loze woorden. De Arabische Barhoum groeide uit tot een van de bekendste bruggenbouwers binnen de Israëlische gezondheidszorg. Onder zijn leiding werken Joodse, Arabische, christelijke en druze artsen dagelijks samen. Patiënten liggen bij elkaar op de kamer, ongeacht afkomst, religie of politieke overtuiging. In een regio waar verdeeldheid vaak de boventoon voert, ontstaat binnen de muren van het ziekenhuis een andere werkelijkheid.

“Misschien ziet vrede er wel uit als een Israëlische wachtkamer.”

Mens

Door het hele ziekenhuis hangen posters met de slogan: Adam l’Adam Adam, een mens voor een mens is een mens. Het idee komt van Barhoum zelf, geïnspireerd op woorden van de Israëlische rechter Aharon Barak. Hij schreef ooit: “We verwachten niet dat een mens zich naar een ander mens gedraagt als een engel, noch als een wolf. We verwachten dat een mens zich naar een ander mens gedraagt als een mens.” Voor Barhoum vormden die woorden geen filosofische slogan voor aan de muur, maar een dagelijkse levenshouding.

En zijn inzet en manier van denken blijven niet onopgemerkt. Afgelopen jaar werd hij onderscheiden met de Lifetime Achievement Award van Yedioth Ahronoth, in het kader van het initiatief ‘Outstanding Employee’. De jury prees zijn visie om het Galilee Medical Center uit te bouwen tot een modern academisch en chirurgisch centrum in het noorden van Israël, met nadruk op menselijkheid, professionaliteit en toegankelijkheid. Ook werd het ziekenhuis genoemd als voorbeeld van samenleven tussen verschillende bevolkingsgroepen en religies, juist in een gebied waar zoveel onrust is.

Muren vallen weg

Terwijl ik in de wachtkamer zit en de mensen om me heen observeer, begrijp ik opnieuw wat hij bedoelde. Juist hier, op een plek waar leven en gezondheid centraal staan, lijken muren tijdelijk te verdwijnen. Niet volledig misschien, maar genoeg om ruimte te maken voor iets menselijks.

Een jonge Arabische verpleegkundige helpt een oudere Joodse patiënt overeind. Een Joodse arts buigt zich geconcentreerd over de scan van een Palestijns kind. Families die elkaar buiten misschien nooit zouden ontmoeten, drinken hier koffie uit dezelfde automaat terwijl ze wachten op nieuws van een operatie. Niemand vraagt eerst naar politieke overtuigingen voordat een infuus wordt aangesloten.

Dat betekent niet dat de spanningen verdwijnen. Buiten het ziekenhuis is de werkelijkheid complex en vaak hard. Raketaanvallen, angst, wantrouwen en politieke verdeeldheid bepalen sinds 7 oktober 2023 het dagelijks leven in Israël. Ook artsen en verpleegkundigen dragen die werkelijkheid met zich mee. Sommigen hebben familieleden verloren. Anderen wonen in steden waar de spanningen voortdurend voelbaar zijn. Toch kiezen ze er iedere dag opnieuw voor om samen te werken.

Bewuste keuze

Voor veel zorgverleners is hun beroep meer dan alleen werk. Het is ook een bewuste keuze om niet toe te geven aan haat of verdeeldheid. Dat hoor je terug in kleine opmerkingen, in de manier waarop collega’s met elkaar omgaan en in de vanzelfsprekendheid waarmee Arabisch en Hebreeuws door elkaar klinken op de gang. Artsen vertellen hoe families elkaar soms beginnen te helpen in wachtkamers en op intensivecareafdelingen. Hoe een Joodse moeder water aanbiedt aan een Arabische moeder, ondanks taalverschillen of verschillende achtergronden. Hoe angst en kwetsbaarheid mensen dichter bij elkaar kunnen brengen dan politieke speeches ooit zullen doen.

00   00   optie  F0HP

Een Israëlische arts aan het bed van een Palestijns meisje. Het meisje ondergaat in een Israëlisch ziekenhuis een hartoperatie. | Foto: Flash90

Meer dan politiek

Natuurlijk is een ziekenhuis geen utopie. Ook daar ontstaan discussies, spanningen en emoties. Niemand leeft in een vacuüm. Maar het verschil is dat er binnen de medische wereld een gezamenlijk doel bestaat dat sterker is dan afkomst: levens redden. Misschien is dat waarom zoveel artsen de internationale boycots als pijnlijk ervaren. Niet alleen omdat wetenschappelijke samenwerking wordt bemoeilijkt, maar ook omdat juist deze plekken laten zien dat samenwerking tussen mensen wél mogelijk is. Een ziekenhuis is geen politieke slogan, maar een dagelijkse praktijk waarin leven met elkaar concreet zichtbaar wordt.

Menselijkheid

De arts van mijn vriend formuleerde het eenvoudig: “Als hier een patiënt binnenkomt met een hartaanval, vraagt niemand eerst wie hij is. Dan probeer je gewoon zijn leven te redden. En dat betekent dat het ook een terrorist kan zijn.” Een ingewikkelde werkelijkheid.

Want buiten deze muren lijkt de wereld steeds vaker te kiezen voor zwart-witdenken. Voor kampen, slogans en veroordelingen. Het beeld van Israël dat internationaal domineert, is meestal dat van conflict en confrontatie. Zelden dat van een Joodse en een Arabische arts die samen een operatie uitvoeren. Zelden dat van een Joodse en Arabische verpleegkundige die tijdens een nachtdienst samen koffiedrinken terwijl buiten sirenes klinken. Misschien is het daarom zo belangrijk dit verhaal telkens opnieuw te vertellen. Niet om de problemen te ontkennen of politieke pijnpunten weg te poetsen, maar omdat menselijkheid óók deel uitmaakt van deze regio. Omdat samenwerking, hoe kwetsbaar soms ook, iedere dag opnieuw zichtbaar wordt in ziekenhuizen door heel Israël.

Hoop in de wachtkamer

Wanneer mijn vriend klaar is met zijn controle, lopen we terug door de gang. Een schoonmaker groet ons vriendelijk in het Arabisch. Verderop hoor ik een verpleegkundige in het Hebreeuws uitleg geven aan een bezorgde familie. De wachtkamer zit nog steeds vol. Ik kijk nog een keer om me heen. En even voel ik iets wat in deze ingewikkelde oorlogstijd zeldzaam geworden is: hoop. Hoop dat mensen elkaar, ondanks alles, toch als mens blijven zien. Dat achter iedere identiteit, iedere taal en iedere religie uiteindelijk dezelfde kwetsbaarheid schuilgaat. Vrede begint niet bij grote politieke akkoorden of internationale conferenties. Misschien ziet vrede er wel uit als een Israëlische wachtkamer.

Dit artikel verscheen eerder in onze maandkrant Israël Aktueel. Klik hier om gratis abonnee te worden!

joannenihom-cirkel

De auteur

Joanne Nihom

Onze journaliste Joanne Nihom woont al enige jaren in Israël. “Israël is voor mij thuiskomen, onderdeel zijn van een ongelofelijke uitdaging. Israël is voor mij het land, de zee, de...

Doneren
Abonneren
Agenda