Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Overdenking

Terug naar overzicht

‘Dit volk heb Ik geformeerd’: Over oorsprong, roeping en toekomst van Israël

Door Daan Damsteeg - 

2 januari 2026

1601 - damsteeg - dit volk heb ik geformeerd - F250217MA026 (1)

Kunstwerken onthullen zich vaak pas na langdurige en vakkundige arbeid van de kunstenaar. Op de foto: het kunstmuseum van Petach Tikva. | Foto: Flash90

In het atelier stond een beeld, half uit de steen geslagen. De meesterbeeldhouwer had het blok zelf uitgezocht, ruw en weerbarstig. Geen vanzelfsprekend marmer, maar een steen met aders en barsten. Dagen, weken, maanden werkte hij eraan. Toen iemand vroeg: “Waarom deze? Waarom zoveel moeite?” antwoordde hij: “Omdat dit mijn werk is. Ik heb het geformeerd. Het draagt mijn naam.”

Dat is precies hoe God over Israël spreekt. Israël is geen toevallige verzameling mensen. Het is het volk dat door Gods eigen handen is geformeerd, uit de slavernij gehaald, door het water heen gedragen. Geslagen en gelouterd, maar nooit losgelaten. Want het is van Hem.

De oorsprong van het volk – Gods initiatief

Het volk Israël begint niet bij zichzelf. Het is niet ontstaan uit een cultuur of prestatie, maar uit Gods scheppend handelen. Jesaja 43 zegt: “Maar nu, zo zegt de Heere, uw Schepper, Jakob, uw formeerder, Israël: (…) Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van Mij.”

De roeping van Abram in Genesis 12 is het beginpunt: “Ga uit uw land (...) en Ik zal u tot een groot volk maken.” De belofte klinkt terwijl Abram en Sara oud en kinderloos zijn. De geboorte van Isaak wordt zo het bewijs dat Israël alleen kan bestaan door Gods wonder. Het volk is geboren uit een belofte, niet uit menselijke kracht.

Diezelfde lijn loopt door in de uittocht uit Egypte. God zegt tot Mozes: “Ik zal u tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn.” Ook hier ligt het initiatief geheel bij God. Paulus vat dat samen in Romeinen 9: “De aanneming tot kinderen, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften.” Israëls bestaan is dus geen verdienste, maar genade.

De bestemming van het volk – Tot zegen voor de volken

Israël is niet alleen geformeerd, maar ook geroepen met een doel: om van God te zijn en tot zegen voor anderen. Al bij Abram klinkt: “In u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.” Israël is geroepen om te getuigen en te delen in Gods heilsplan voor de wereld. Jesaja verwoordt het: “U bent Mijn getuigen.”

Israël is geen toevallige verzameling mensen. Het is het volk dat door Gods eigen handen is geformeerd.

Israël en de Christus-gemeenschap

Heeft Israël als volk nog een plaats in Gods plan nu ook mensen uit de volken tot Christus behoren? Paulus worstelt daarmee in Romeinen 9 tot 11. Hij schrijft als bewogen broeder: zijn hart bloedt voor Israël, zijn volk dat de beloften draagt maar Christus vaak niet herkent.

Paulus ziet binnen Israël een geroepen deel dat vertrouwt op Christus, en een deel dat verhard is. Toch blijven beiden deel van het volk. Ondertussen worden ook niet-Joden door vertrouwen op Christus opgenomen in Gods beloften. Jood en niet-Jood ontmoeten elkaar in de Christus-gemeenschap, zonder dat hun identiteit verdwijnt. Niet-Joden worden geen Joden, maar delen in dezelfde genade. Israël blijft de stam waaraan anderen geënt worden: “De genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk.”

Tussen Hirtshals en Skagen ontmoeten de Noordzee en de Oostzee elkaar. Twee zeeën, verschillend maar verbonden. Zo is het ook met Jood en niet-Jood in Christus: onderscheiden, maar één in geloof. Mijn identiteit als niet-Jood doet niets af aan Israëls roeping. Ik ben niet geroepen ter vervanging, maar tot deelname.

Toekomst

Als Gods roeping werkelijk onberouwelijk is, zegt dat ook iets over de toekomst. Paulus ziet een moment waarop “heel Israël zalig zal worden” (Romeinen 11:26). Geen versmelting, maar een openbaring van genade. Wanneer de volheid van de volken is binnengekomen, zal Israël opnieuw het heil omarmen – niet uit recht, maar uit genade.

De Meesterbeeldhouwer is nog niet klaar. Zijn werk gaat door. Elke kras telt, elke ader heeft betekenis. Tot de dag komt dat Hij het beeld volledig onthult – en wij vol verwondering zeggen: “Dit heeft de Heere gedaan; het is wonderlijk in onze ogen.”

Dit artikel verscheen eerder in Profetisch Perspectief. Een proefnummer of abonnement is verkrijgbaar via profetischperspectief.nl

Daan Damsteeg

De auteur

Daan Damsteeg

Daan Damsteeg is proponent binnen de Protestantse Kerk in Nederland, spreker bij Isreality en Christenen voor Israël en lid van de redactie van Profetisch Perspectief.

Doneren
Abonneren
Agenda