Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

De andere helft van het chocolaatje

Door Yoel Schukkmann - 

5 november 2026

towfiqu-barbhuiya-uNi4M3sHqOo-unsplash

Foto: Unsplash

Eerder deze week vond mijn vijfjarige dochter een chocolaatje. Het was de laatste in het zakje en ze vroeg mijn vrouw of ze het mocht eten. Mijn vrouw zei dat het mocht, maar dat ze het niet voor de neus van haar eenjarige zusje moest eten, omdat die natuurlijk ook wel een stukje zou willen. Mijn dochter aarzelde geen moment, haalde het papiertje eraf, brak het chocolaatje in tweeën en zei dat ze het met haar kleine zusje zou delen. Niemand had haar gevraagd om het te delen. Ze had toestemming gekregen om het hele stukje zelf te eten. Maar blijkbaar was alleen al de gedachte dat haar kleine zusje misschien ook iets lekkers zou willen, voor haar voldoende om het in tweeën te breken.

En dit kleine voorval deed mij denken aan iets uit de Thoralezing van deze week. We lezen hoe Eliezer, de knecht van onze voorvader Avraham, in Charan aankomt om een geschikte vrouw voor Yitzchak (Isaac) te vinden. Hij gaat bij een waterput staan en bidt tot Hashem om zijn opdracht te laten slagen. In zijn gebed zegt hij: “Zie, ik sta hier bij de waterbron” (Genesis 24:13). 

Test

De Abarbanel (1437-1508) vraagt zich af waarom Eliezer het nodig vond om te vertellen waar hij stond. De Thora had namelijk al vermeld dat hij zijn kamelen bij de waterput had laten rusten. Waarom was het voor zijn gebed van belang om te zeggen waar hij precies stond? De Abarbanel legt uit dat juist deze woorden belangrijk waren voor de test die Eliezer had bedacht. 

Eliezer stond naast het water. Hij had dus gemakkelijk zelf water kunnen putten. Bovendien had hij mensen bij zich en beschikte hij over alles wat nodig was om zijn kamelen te laten drinken. Waarom zou hij dan een jong meisje nodig hebben om water voor hem te halen?

Stel je eens een heel herkenbare situatie thuis voor. Een vader zit in de woonkamer en vraagt een van zijn kinderen om een glas water voor hem te halen. Normaal gesproken zal een kind dat uiteindelijk wel doen. Maar stel nu dat diezelfde vader in de keuken staat, precies voor de kraan, en zijn kind vraagt om een glas water voor hem in te schenken. Je kunt je de blik op het gezicht van dat kind waarschijnlijk wel voorstellen. “Je staat zelf naast de kraan? Waarom doe je het niet gewoon zelf?” En eerlijk gezegd… heeft het kind dan wel een punt. 

En dat was precies wat Eliezer wilde ontdekken. Toen hij Rivka om water vroeg, had zij zich heel goed kunnen afvragen waarom die volwassen man, die daar met zijn knechten en kamelen naast de waterput stond, haar hulp nodig had. Maar ze stelde die vraag helemaal niet. 

“Iemand met 'een goed oog', zal eerder geneigd zijn om te bedenken hoe hij een ander kan helpen, ook wanneer hij daar helemaal niet toe verplicht is.”

De Abarbanel legt uit dat zij misschien dacht dat deze vreemdeling zich niet goed voelde. Of misschien was hij een vooraanstaande persoon die niet gewend was om zelf water te putten. Er konden allerlei redenen zijn waarom hij haar om hulp vroeg. En dus gaf ze hem graag te drinken. Sterker nog, ze bood uit zichzelf aan om ook zijn kamelen water te geven.

Een goed oog

De Thoraverklaarder bekend als de Kli Yakar (1550-1619) legt uit dat Eliezer Rivka bewust om maar een beetje water had gevraagd omdat hij wilde zien of ze uit zichzelf meer zou aanbieden dan waar hij om vroeg. Toen zij ook aanbood om zijn kamelen te laten drinken, liet ze daarmee zien dat ze een echte “ayin tova” had (een “goed oog”), wat betekent dat ze een gulle en vrijgevige instelling had. 

De Kli Yakar schrijft dat deze karaktereigenschap zo belangrijk is, dat je aan de hand daarvan ook de andere goede middot (karaktereigenschappen) van een persoon kunt herkennen. En dit is iets wat we ook in ons eigen leven regelmatig tegenkomen. Denk hierbij aan iemand die ons vraagt om een gunst die hij eigenlijk best zelf zou kunnen doen. Of iemand heeft onze hulp nodig op een moment dat het ons helemaal niet goed uitkomt. Of we hebben iets wat we liever voor onszelf willen houden, terwijl iemand anders het erg goed kan gebruiken. Natuurlijk kunnen er heel goede redenen zijn om nee te zeggen. Maar iemand met een “ayin tova”, een goed oog, zal eerder geneigd zijn om te bedenken hoe hij een ander kan helpen, ook wanneer hij daar helemaal niet toe verplicht is.

Rebbe Levi Yitzchok van Berditchev (1740-1809) legt uit dat wanneer iemand een daad van chesed (naastenliefde) verricht, hij daarmee de eigenschap van chesed in de hele wereld “wakker” maakt. Onze voorvader Avraham, die zijn leven aan naastenliefde had gewijd, had daarin zo'n grote invloed op de wereld dat zelfs Rivka, die toen zelf nog een jong meisje was, ertoe werd bewogen om deze bijzondere daad van naastenliefde te verrichten.

“Wanneer kinderen zien hoe hun ouders anderen helpen, nemen ze dat geleidelijk over.”

Opvoeding

En dit is ook iets om bij stil te staan met de opvoeding van onze kinderen. Van jongs af aan proberen we hun goede karaktereigenschappen bij te brengen. We leren ze om hun spullen te delen, anderen te helpen en rekening te houden met de mensen om hen heen.

Maar kinderen leren natuurlijk ook ontzettend veel van wat ze thuis zien. Wanneer ze zien hoe hun ouders anderen helpen, tzedakah (liefdadigheid) geven, gasten ontvangen en oog hebben voor de behoeften van anderen, nemen ze dat geleidelijk over en wordt het ook voor hen steeds vanzelfsprekender om op die manier met anderen om te gaan. En af en toe zie je dat terug in kleine dingen die ze helemaal uit zichzelf doen, zonder dat iemand het hun hoeft te vragen.

Mijn vrouw had ons dochtertje alleen maar gevraagd om haar chocolaatje niet voor de neus van haar kleine zusje op te eten. Ze had helemaal niet gevraagd om het te delen. Maar onze dochter begreep waarom haar moeder dat had gezegd en bedacht zelf een oplossing en deelde haar lekkernij met plezier. En ik hoop dat ze, ook wanneer ze ouder wordt, op dezelfde manier aan anderen zal blijven denken en bereid zal zijn om te delen. Ook als het om dingen gaat die heel wat meer waard zijn dan een half chocolaatje.

Yoel Shukkmann

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland en maakt deel uit van een chassidische gemeenschap, een stroming binnen het ultra-orthodoxe Jodendom. In zijn tienerjaren verhuisde hij naar Israël om in...

Doneren
Abonneren
Agenda