Andermans dingen kapotmaken helpt de Palestijnen niet - onze steun doet dat wel
Door Sara van Oordt-Jonckheere -
12 augustus 2026
Ik maak me zorgen over de normalisatie van vandalisme en de cancelcultuur in ons land. Helaas doen ook sommige christenen daar aan mee. Journaliste Rinke Verkerk vandaliseerde onlangs een banner van Christenen voor Israël en biecht dat later op in een podcast. De podcastmakers juichen haar actie toe met woorden als ‘wat goed!’, ‘geweldig’, ‘ik ben heel trots op je’.
Opmerking: Journaliste Rinke Verkerk bekladde tijdens het christelijke New Wine-festival een banner van Christenen voor Israël. Nadat ze dit bekendmaakte in een podcast, ging ze tegenover het ND (5 augustus) hier uitgebreid op in. Sara van Oordt schreef daarop deze opinie, die maandag in het ND verscheen.
Ik vraag me af wat er zo ‘geweldig’ is aan het vernielen van andermans spullen. Is het omdat een organisatie in haar ogen zo fout bezig is dat de wet voor haar eventjes niet meer geldt? Geweld is nooit een oplossing. Wij hebben verdriet over elke vorm van (zinloos) geweld. Of dat nu van het Israëlische leger is, van kolonisten of van Hamas of andere groeperingen.
Maar ook als een conflict van zo ver weg geïmporteerd wordt naar ons eigen land doet dat verdriet, bijvoorbeeld wanneer iemand die spullen van een ander kapotmaakt. Het lijkt iets kleins, en dat is het ook. Een banner laten maken kost een paar tientjes. Een viltstift om de banner te bekladden kost een euro. Niemand is gewond geraakt. Wat is het probleem dan?
Het probleem is dat activisten zoals Verkerk vinden dat hun onwelgevallige standpunten het zwijgen moet worden opgelegd. Dat doet ze door het framen van onze organisatie met de meest heftige bewoordingen: een ‘extremistische, religieus-fundamentalistische, gewelddadige’ organisatie, waarbij ze in de podcast zelfs volmondig beaamt dat CvI zou fondsenwerven voor een terroristische organisatie. Het is alle fatsoen voorbij om zulke leugens de wereld in te helpen. Verkerk vergelijkt onze pro-Israëlstandpunten met het toejuichen van genocide. Los van het feit dat het een complete devaluatie is van de term genocide, slaat het elke discussie compleet dood. Dat zij pro-Palestijns is wil toch ook niet zeggen dat zij daarom pro-Hamas is?
“Verkerk doet precies datgene wat ze ons verwijt, namelijk het monddood maken van Christenen voor Israël: 'CvI kan niet genoeg gedenormaliseerd worden in christelijke omgevingen.'”
Hoe past zo’n actie in onze tolerante samenleving waarin je het hartgrondig met elkaar oneens mag zijn, maar dat wel met respect doet? In het artikel zegt Verkerk: “In de Bijbel zie ik dat Jezus er als eerste bij is als mensen monddood worden gemaakt.” Zij doet precies datgene wat ze ons verwijt, namelijk het monddood maken van Christenen voor Israël: “CvI kan niet genoeg gedenormaliseerd worden in christelijke omgevingen, wat mij betreft”.
We weten waar die denormalisatie toe leidt in onze eigen samenleving. Een Joods kinderfeest wordt gecanceld door een zanger omdat er een ‘zionistische’ poster hangt. Een herdenking van de wegvoering van Rotterdamse Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt verstoord omdat een spreker niet welgevallig is. Israëlische studenten worden opgejaagd in Utrecht omdat zij de verkeerde nationaliteit hebben. Joden worden op straat bespuugd en beschimpt om wat Israël doet. Er worden brandbommen gelegd bij synagoges. Dat is denormalisatie in de praktijk.
Maar de fantasie van Verkerk gaat nog verder. Ze zegt over Christenen voor Israël: “Ze zijn gewelddadig: ze ontkennen het volk en de Palestijnse gebieden door het Judea en Samaria te noemen”. Ten eerste ontkennen wij geen enkel volk. Ten tweede: zijn de woorden ‘Judea en Samaria’ een daad van geweld? Iemand die van taal haar vak heeft gemaakt, zou beter moeten weten.“Banners kapotmaken en kwaadspreken over Christenen voor Israël maken het lijden op de Westelijke Jordaanoever geen tandje minder. Onze steun doet dat wel.”
Misschien stelt het activisten teleur, maar CvI lijkt in geen enkel opzicht op de karikatuur die Verkerk probeert te schetsen. Ja, we geven humanitaire hulp aan Joodse gezinnen die op de Westbank wonen, en we hebben tien noodopvangwoningen gesponsord voor Oekraïense vluchtelingen. En ja, soms noemen we de Westbank bij haar Bijbels-historische naam. Tot zover onze ‘misdaden’. Onze steun die we geven aan Palestijnse gezinnen vinden we overigens net zo belangrijk. We doneren al zo’n dertig jaar voor Palestijnse christenen: voor voedselhulp, voor verwarming, voor kinderkampen en gezinskampen, voor vervoer van en naar de kerk van de oudere gemeenteleden.
En dan heb ik het nog niet over de vele projecten in Israël waar zowel Joden, christenen als moslims onze steun krijgen. Kinderen met een beperking, ouderen, daklozen. We ondersteunen een jeugddorp waar jongeren uit de Druzengemeenschap les krijgen samen met Joodse kinderen. Waar vrede geen goedkope platitude is, maar een werk in de praktijk.
Ik wens Verkerk het allerbeste toe. Vooral wens ik haar als serieuze journalist wijsheid en terughoudendheid in het ongefundeerd verketteren van andere christenen. Het is makkelijk actievoeren tegen zelfgemaakte karikaturen. Banners kapotmaken en kwaadspreken over Christenen voor Israël maken het lijden op de Westelijke Jordaanoever geen tandje minder. Onze steun doet dat wel.