Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Niet van een Jood

Door Yoel Schukkmann - 

15 oktober 2026

F121214MA07

Deze orthodoxe Jood is vrijwilliger bij Hatzalah. | Foto: Flash90

Stel je voor: je raakt gewond bij een verkeersongeluk. De hulpdiensten komen maar je weigert hun hulp. Je wacht liever op iemand anders. Waarom? Omdat de hulpverlener die je wil behandelen een orthodoxe Jood is.

Dat is wat Hatzalah-vrijwilliger Booky Kaluszyner onlangs beschreef na een ongeluk in Toms River, New Jersey. Kaluszyner werd opgeroepen voor een botsing tussen twee auto's. Geen van beide bestuurders was Joods. Toen hij een van de gewonden wilde helpen, beet de man hem onmiddellijk toe: “Breng de echte 911! Ik wil niet dat ‘jullie soort’ mij aanraken.” Kaluszyner respecteerde zijn weigering en vroeg de plaatselijke hulpdiensten om te komen. Enkele minuten later verschenen twee hulpverleners van de officiële 911 nooddienst. Ook zij boden hun hulp aan. Maar helaas voor de patiënt waren ook zij orthodoxe Joden en wees hij hen eveneens af.

Uiteindelijk werd de man door andere hulpverleners onderzocht, die vervolgens paramedici opriepen. En wie kwamen er opdagen? Twee chassidische Joden, compleet met baarden en peiyos. Volgens Kaluszyner kreeg het verhaal in het ziekenhuis nog een staartje. Ook de verpleegkundige die de man verzorgde, bleek een orthodoxe Jood te zijn. Je kunt je zijn gezichtsuitdrukking bijna voorstellen. Waar hij ook keek, stond er weer een orthodoxe Jood klaar om hem te helpen.

Er zit overduidelijk iets komisch in deze hele gang van zaken. Maar tegelijkertijd is het ook wat verontrustend. Zouden zijn verwondingen minder pijn hebben gedaan als de hulpverlener geen keppel, baard en peiyos had? De Joodse geleerden zeggen hierover dat haat iemand ertoe kan brengen zich anders te gedragen dan hij normaal zou doen. De midrash (samenstelling van Joodse overleveringen) vertelt over Bilaam, wiens haat tegen het Joodse volk zo groot was dat hij zelf zijn ezel zadelde, in plaats van op zijn knechten te wachten. In New Jersey ging die haat nog een stap verder met een gewonde man die juist de hulp weigerde die hij zo hard nodig had.

Ergens anders brengt de midrash dat Rabbi Yehoshua ben Levi zegt: “Als de volkeren hadden beseft hoeveel zij zelf aan de Heilige Tempel te danken hadden, zouden ze er bewakers omheen hebben gezet om het te beschermen.” De Talmoed legt uit dat de zeventig stieren die op Soekot (Loofhuttenfeest) werden geofferd, overeenkwamen met de zeventig volkeren van de wereld, voor wie deze offers tot verzoening dienden. Rabbi Yochanan beklaagt daarom: “Wee de volkeren die iets verloren hebben zonder zelfs maar te beseffen wat ze zijn kwijtgeraakt!” De Romeinen verwoestten de Tweede Tempel zonder te begrijpen wat ze daarmee zelf verloren. Hadden ze het voordeel ervan ingezien, dan hadden ze daar zelf de wacht gehouden!

“Als de volkeren hadden beseft hoeveel zij zelf aan de Heilige Tempel te danken hadden, zouden ze er bewakers omheen hebben gezet om het te beschermen.”

— Rabbi Yehoshua ben Levi

En daarmee komen we bij Nederland...

Eerder dit jaar waren een synagoge in Rotterdam en een Joodse school in Amsterdam het doelwit van explosies. Daarnaast zijn er de vele dagelijkse beledigingen en intimidaties waarmee Joden te maken krijgen, zonder dat die ooit de kranten halen. En zoals bekend heeft de Nederlandse overheid sinds afgelopen september de import, aankoop en verkoop verboden van goederen afkomstig uit Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria, Oost-Jeruzalem en de Golan. Zelfs souvenirs en cadeautjes die reizigers mee naar huis nemen vallen nu onder dit verbod. 

In antwoorden op Kamervragen kwam de regering met een wel heel bijzondere verduidelijking: “Een souvenir kopen in de Oude Stad van Jeruzalem mag gewoon. Alleen datzelfde souvenir mee naar Nederland nemen kan verboden zijn.” Nederlandse toeristen mogen dus gerust cadeautjes kopen voor familie en vrienden. Ze moeten die alleen wel in hun hotel in Jeruzalem achterlaten.

Een ter plaatse gemaakt souvenir dat je bij een Arabische winkel koopt, kan net zo goed onder het verbod vallen als een souvenir uit een Joodse winkel. Hetzelfde geldt voor tsitsit of tefillin die in Beitar Illit zijn gemaakt, een van Israëls grootste ultra-orthodoxe steden, of voor seforim (religieuze boeken) die daar zijn gedrukt. Zelfs religieuze voorwerpen voor persoonlijk gebruik kunnen verboden zijn.

En dan is er nóg iets ironisch. Juist in de gemeenschappen waarvan Nederland de producten boycot, werken veel Palestijnse Arabieren voor Israëlische werkgevers. Volgens het Palestijnse Centraal Bureau voor de Statistiek werkten er in het tweede kwartaal van 2026 ongeveer 17.600 Palestijnen in Israëlische nederzettingen. Met hun salaris onderhouden zij hun families. Door handel in deze gebieden te boycotten, loopt de Nederlandse overheid het risico deze Palestijnse gezinnen juist hun inkomen te ontnemen.

“Misschien zouden westerse regeringen, als ze werkelijk begrepen wat ze dreigen te verliezen wanneer hun Joodse burgers zich niet meer veilig genoeg voelen om te blijven, zelf als eersten klaarstaan om hun Joodse gemeenschappen te beschermen.”

De overheid zegt dat de maatregel bedoeld is om het internationaal recht te handhaven en Palestijnse belangen te beschermen. Maar je vraagt je af of de wens om Israëlische gemeenschappen te treffen niet zwaarder weegt dan de zorg voor de Palestijnse Arabieren die er hun brood verdienen. Misschien zou de Nederlandse overheid, als ze zich werkelijk zoveel zorgen maakt over hun welzijn, deze werknemers dan naar Nederland moeten halen. Geef ze een woning, een baan en alle kansen die hun volgens de Nederlandse regering door Israël worden onthouden. Al vermoed ik dat ze niet bepaald blij zullen zijn met zo’n voorstel. Misschien is het daarom dan verstandiger om deze families te laten waar ze zijn, waar ze hun brood verdienen, en een maatregel te heroverwegen dat hun inkomen in gevaar brengt.

Terug naar New Jersey

Daar reageerden de Joodse vrijwilligers heel anders op iemand die hen verachtte. Ze respecteerden zijn weigering, maar bleven medische hulp voor hem regelen. Ze waren een onbekende komen helpen zonder eerst te vragen naar zijn geloof of politieke overtuiging. Koning David zegt: “Hashem is goed voor allen en Zijn barmhartigheid strekt zich uit over al Zijn schepselen” (Psalmen 145:9).

Ook in Nederland blijft het groeiende antisemitisme niet zonder gevolgen. Veel Joden, vooral jongeren, vertrekken naar Israël. En veel anderen vragen zich ernstig af of zij en hun kinderen daar überhaupt nog een toekomst hebben. Zorgen die zelfs de Nederlandse overheid heeft erkend in eerdere Kamervragen.

Misschien zouden westerse regeringen, als ze werkelijk begrepen wat ze dreigen te verliezen wanneer hun Joodse burgers zich niet meer veilig genoeg voelen om te blijven, zelf als eersten klaarstaan om hun Joodse gemeenschappen te beschermen. Laten we hopen dat zij dat op tijd inzien, voordat ze ontdekken wat ze verloren hebben.

Yoel Shukkmann

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland en maakt deel uit van een chassidische gemeenschap, een stroming binnen het ultra-orthodoxe Jodendom. In zijn tienerjaren verhuisde hij naar Israël om in...

Doneren
Abonneren
Agenda