Hoop voor het Noorden: Cello spelen in Metulla
Door Anemone Rüger -
29 juli 2026
In de meer dan twee jaar durende oorlog in Israël hebben twee regio’s het zwaarst te lijden gehad: de kibboetsen langs de Gazastrook en de steden langs de Libanese grens in het noorden van het land. Juist hierheen reizen medewerkers van Christians for Israel International om hoop te brengen – met name aan de overlevenden van de Shoah die inmiddels zijn teruggekeerd.
“Voor onze werkreis vorige zomer lag het noorden me na aan het hart”, zegt Claudia Schall, die sinds het begin van het jaar parttime bij Christians for Israel Duitsland werkt. “De grensregio was zwaar getroffen door de oorlog. Zo hebben we Irit leren kennen, die samen met haar moeder Miriam een hotel runt in Metulla.”
“We zijn op 8 oktober meteen vertrokken; we hebben niet eens gewacht op de officiële evacuatie”, herinnert Irit zich over de dag na het bloedbad door Hamas in het zuiden, toen Hezbollah raketten begon af te vuren op Noord-Israël. “Ik had gewoon het gevoel dat dit een tijdje zou duren.”
Binnen een straal van vijf kilometer werden ruim 60.000 inwoners gedwongen hun huizen te verlaten. Twee jaar later bleken veel woningen ernstig beschadigd te zijn. Veel gezinnen zijn nog steeds niet teruggekeerd, maar het gaat weer de goede kant op – ook voor het Beit Shalom Hotel.
Een nieuwe start en een bijzonder idee
“Alle ruiten waren door de raketaanvallen verbrijzeld”, zegt Irit. “Er hadden zich dieren gevestigd en het terrein was overwoekerd. Toen Claudia in augustus met haar team arriveerde, voelden we ons alsof we in Sneeuwwitje zaten. Deze christenen uit Duitsland werkten zo hard! Ze begonnen om 7 uur ’s ochtends en tegen de middag zag alles er prachtig uit! Ze hielpen ons weer op de been te komen. Een paar weken later konden we onze eerste gasten verwelkomen.”
Nu heeft het verhaal een ontroerende wending genomen. Het familiehotel heeft namelijk niet alleen dramatische oorlogsjaren doorstaan, maar brengt ook het verhaal van Irits grootouders – beiden Holocaust-overlevenden uit Krakau – onder de aandacht.
“Toen ik de herinneringskamer met de foto’s en verhalen zag, bedacht ik me hoe het zou zijn om hier een groep Holocaust-overlevenden uit te nodigen”, zegt Claudia.
Er werden plannen gemaakt, bloemen besteld en Claudia slaagde er zelfs in een cello te vinden. Eti, een medewerkster van de Israëlische Holocaust Survivors Authority, bracht de bejaarde gasten mee, en ook twee Russischsprekende overlevenden uit het netwerk van Gita Koifman maakten de reis.
“We werden gedeporteerd. Richting Odessa, 200 kilometer te voet. Een kwart van de mensen heeft het nooit gehaald en stierf onderweg.”
— Holocaust-overlevende Klavdia
Klavdia – 200 kilometer te voet gedeporteerd
“Ik was tien toen de Duitsers destijds ons huis in Oekraïne binnenvielen,” herinnert Klavdia zich. “Opa bracht ons met een paardenkar naar zijn boerderij. ‘De Duitsers zijn goede mensen’, zei hij. Daarom zijn we niet weggegaan. Nadat de oogst binnen was gehaald, werden we gedeporteerd. Richting Odessa, 200 kilometer te voet. Een kwart van de mensen heeft het nooit gehaald en stierf onderweg.”
Klavdia’s moeder hoorde onderweg dat enkele gevangenen ontsnappingsplannen smeedden en sloot zich bij hen aan.
“Toen het donker was, vluchtten we het bos in. Plotseling begon mijn kleine broertje te huilen. Hij had honger en mama had geen melk meer. Toen dreigden de anderen mijn kleine broertje te verstikken, zodat hij ons niet zou verraden!” Tranen wellen op in Klavdia’s ogen als ze aan dat moment terugdenkt.
“Opa en oma kwamen onderweg een kennis tegen die hen een stukje een lift gaf. Ze heetten Chaim en Menya. We hebben ze nooit meer gezien. Oma stierf onderweg. Opa liep de hele weg naar Bogdanovka. Toen ze aankwamen, werden de mannen bij een uitgegraven greppel op een rij gezet en doodgeschoten.”
Klavdia en haar familie vonden een toevluchtsoord in het door Roemenië bezette getto van Shabokrych, maar ook dat werd voor velen een dodelijke valstrik. Klavdia overleefde de oorlog samen met haar familie, de jaren van hongersnood die daarop volgden en het Sovjet-antisemitisme. In 1990 zaten zij en haar familie aan boord van een van de eerste vluchten naar Israël.
Foto's: CvI
Ontroerd
In Kiryat Shmona ontmoette ze Roman, die was opgegroeid in Shabokrych toen het nog een Joods shtetl was, en die op één dag bijna zijn hele familie verloor bij een massale executie. Dit zijn slechts twee van de overlevingsverhalen die tijdens de bijeenkomst werden gedeeld.
Claudia en Livia Tiersch, eveneens nieuw bij Christians for Israel Duitsland, brengen samen met een klein, getalenteerd team muziek ten gehore voor de overlevenden en brengen daarmee de boodschap over dat ze zelfs aan de noordgrens van Israël niet alleen zijn; ze delen knuffels en bloemen uit.
“Het heeft de overlevenden zo goed gedaan om er eens even tussenuit te zijn”, zegt Irit. “Om deze waardering te ervaren, om de liederen te horen. Het was een prachtige bijeenkomst.”
De muziek trok ook toeschouwers aan. “Na afloop kwam er een man naar me toe”, vertelt Livia. “Hij was zo ontroerd door ons optreden. Zijn ouders hebben de Holocaust in Hongarije overleefd. Het raakte hem zo diep om ons te zien optreden.”