Sluiten

Zoeken.

Israël in oorlog

Terug naar overzicht

Het leven oppakken na de pogrom van 7 oktober

Door Mirjam Reijnen - 

12 januari 2024

Raymond-en-Mirjam-voor-hun-woning-in-Nahal-Oz-voorjaar-2023-1024x612

Mirjam Reijnen en haar man Raymond

Mirjam Reijnen overleefde met haar gezin de pogrom van 7 oktober in hun schuilkelder in kibboets Nahal Oz. Zij, haar man Raymond en haar kinderen brachten 17 angstige uren door in de save room van hun huis. In dit artikel vertelt Mirjam hoe het gezin probeert om te gaan met de opgelopen trauma's.

Even eruit

Iedereen van onze kibboets wordt door een Oostenrijks-Joodse filantroop uitgenodigd naar Wenen te komen om even andere lucht, veel kouder dan we zijn gewend, op te snuiven. Alles wordt betaald, de vliegtuigtickets, het hotel, telefoonkaarten, alles

We aarzelen, kan dit waar zijn? Toch schrijven we ons in, want al gauw vertrekken de eerste gezinnen en komen ze terug met de mooiste verhalen. Het blijkt gewoon echt te gebeuren.

We vertrekken met koffers, trolleys en rugzakken, ontmoeten onze weldoeners en genieten van al het mooie wat Wenen te bieden heeft. Het is half december, maar op de tweede dag begint het al te sneeuwen, iets wat ook voor Wenen zeldzaam is in december. Wat hebben wij een geluk.

Duits met Ivriet

Op school heb ik best wat jaren Duits geleerd en ik probeerde dat een beetje op te halen door zoveel mogelijk Duits te spreken. Bij de kassa van het museum, in het restaurant en in de winkels. Althans, dat dacht ik dan. Dat mijn zinnen uit meer woorden Ivriet bestonden dan Duits, realiseerde ik me pas toen mijn middelste zoon me smeekte ermee te stoppen. Hij wilde niet dat ook maar iemand in Wenen kon vermoeden dat wij uit Israël kwamen, hij was simpelweg bang.

Onderling spreken we alleen maar Nederlands, dus bleven we redelijk in de anonimiteit. Ik voelde geen angst of dreiging, totdat we een dag op stap gingen met een oudere dame van die kibboets en zij alleen maar Ivriet tegen ons sprak. Ik ging vaak over op Engels, dat blijft toch nog steeds makkelijker, maar zij had dat niet in de gaten. Ik begon de angst van mijn kind te begrijpen, een tram vol mensen die naar je staren, je zit gewoon niet op je gemak.

Legermuseum

We genoten van bijna alles wat Wenen te bieden heeft. Pakten zelfs de trein naar Praag en Bratislava. We bezochten ook het legermuseum. Jongens vinden dit soort dingen nu eenmaal leuk. Mijn interesse heeft het totaal niet, maar zo gaat dat in een gezin. Ik kon geen nee zeggen na al die keren dat ze mij achterna sjokten, winkel in, winkel uit. Het is geven en nemen en dus ging ik zonder te morren mee.

Het museum omvat de oorlogen van Oostenrijk over de afgelopen tweehonderd jaar. Er staan ook wat dingen zoals wapens opgesteld en Ariëlla vraagt me wat iets is. Waarschijnlijk kan haar vader dat beter uitleggen, maar die zit zo in de expositie dat ikzelf maar een poging waag.

Als ik klaar ben met de uitleg, kijkt ze me aan en zegt: “Die heeft Hamas dus ook gebruikt, want ik hoorde toen ook de hele tijd 'pang, pang, pang', heel snel achter elkaar”. En ja ze heeft gelijk, wellicht een iets modernere versie als deze hier, maar ze heeft gewoon gelijk.

Huis met gat erin

Als we bij het gedeelte van de Eerste Wereldoorlog aankomen, zien we een bunker met een gat in het betonnen dak. Ariëlla begint te huilen en is ineens heel boos: “Nu moet ik ook nog aan ons huis denken met dat gat erin. Ik wilde een keer een dag niet huilen en dat is nu mislukt”. Ze loopt boos bij me weg. Misschien was het gezien de omstandigheden niet heel handig om met haar naar dit museum te gaan.

Wenen was verder fantastisch. We zijn dankbaar dat we hier mochten zijn en samen als gezin even konden genieten.

Tegen het einde van de vakantie hoorde ik dat de vliegtuigmaatschappij El Al heel welwillend was en dat we onze tickets naar iedere gewenste datum konden verplaatsen. Raymond ging wel terug op de afgesproken datum voor een belangrijk sollicitatiegesprek. Ik had niet de behoefte om al terug te gaan.

Terug waarheen? Waarvoor? Bovendien, als ik naar mijn familie in Nederland zou willen, dan was dit voorlopig de enige kans. En we zijn al zo dichtbij nu. En zo stapte ik dus, na ruim 2,5 uur wachten op het ijskoude treinstation van Wenen door vertraging na vertraging, met drie kinderen de nachttrein richting Nederland.

Een van de verwoeste huizen in kibboets Nahal Oz, waar Mirjam met haar gezin woont.

Geen vakantie

In Nederland ben je niet meer anoniem. We verbleven bij mijn vader, het huis waar ik ben opgegroeid en waar mijn vader al meer dan 35 jaar woont. Iedereen kent je daar en iedereen kent ons verhaal. Lekker op vakantie? Even alles loslaten? Iets wat me de laatste dagen veel gevraagd werd.

Op vakantie, was het maar waar. Een vakantie moet je thuis van tevoren plannen en daar gaat de nodige voorpret aan vooraf. Nee, ik ben niet op vakantie, helemaal niet zelfs. Ik ben hier omdat dit mijn eerste en voorlopig enige kans is om mijn geliefde familie even in de armen te sluiten.

Op vakantie, ik droom ervan. Lijstjes maken, je spullen pakken, bang zijn om dat ene ding te vergeten, de vakantiestress. Nee, dit is geen normale vakantie. Het inpakken was eenvoudig want veel was er niet om in te pakken. Veel meer kleding hebben we momenteel niet en wat maakt het allemaal nog uit dan? Wat we hebben wassen we wel, we redden het er wel mee.

Ik zou voor de vakantie sparen, want vakanties kosten nu eenmaal veel geld. Maar ik zou zorgen dat het mijn kinderen aan niets zou ontbreken en ze zouden zoveel donuts kunnen kopen als ze wilden. Wat heb ik die vraag vaak gehoord. Nu moet ik te vaak nee zeggen, er is niet gespaard en ik weet niet wat er nog komen gaat in de toekomst dus ik wil het wat zuinig aan doen. Op vakantie, heerlijk lijkt me dat.

Geen thuis meer

Ik ben hier omdat ik simpelweg geen plek meer heb. Geen thuis meer heb, geen werk meer heb en niks heb waarvoor ik nu snel terug moet gaan. Ik verlangde ernaar dat gevoel van thuis weer even terug te vinden.

Bij mijn familie, bij mensen die net zo dankbaar zijn dat wij er nog zijn als wijzelf. Mensen die zich zoveel zorgen maken om ons dat zij ons even in het echt moeten vasthouden. “Ja we zijn er echt nog,” zeg ik glimlachend.

Maar achter die glimlach gaat zoveel pijn verscholen. Ja we leven nog, we zijn oké. Maar of we echt oké zijn weet ik niet. Of we ooit nog echt oké worden, weet ik ook niet.

Machteloosheid en woede

Het ongeloof, de machteloosheid, ze zetten zich om in woede. ’s Avonds weigert Ariëlla om in slaap te vallen zonder mij naast haar. Ik probeer haar eerder naar bed te sturen, maar ze blijft met d’r ogen opengesperd naar het plafond staren. Ik houd haar vast net zo lang tot haar ademhaling verandert en ik weet dat ze slaapt. Ondertussen ligt Samuel letterlijk te stuiteren naast me.

Als ik vraag of hij even wat rustiger kan doen is het antwoord simpel: “nee”. Hij weet het, hij kan het niet. Het maakt hem nog bozer en een paar keer bonkt hij met zijn hoofd in het kussen en hoor ik hem gesmoord schreeuwen en daarna snikken. Ik pak hem vast, stevig, misschien wel te stevig, maar het helpt, hij wordt rustig. Dan begint het volgende ritueel, elke avond hetzelfde. Hij gaat plassen en nog een keer plassen en nog een keer plassen en soms wel 4, 5, 6 keer achter elkaar.

Bang om uit elkaar te spatten

Iedere keer als hij de trap afdaalt, van de zolder waar wij slapen, druk ik hem op het hart zachtjes te doen, andere slapen al, we willen niet tot last zijn. Het is onmogelijk dat iemand zo vaak moet plassen, maar hij voelt het en het moet. Ik weet dat hij bang is om in bed te plassen door een van zijn vele nachtmerries. Ik weet dat hij bang is om zijn ogen te sluiten, om in zijn nachtmerries gepakt te worden door Hamas. Terroristen die hem dan bekijken, zijn mooie gezicht en op het punt staan er doorheen te schieten, zodat hij uit elkaar spat en er niks van het mooie overblijft. Het achtervolgt hem, meer dan eens.

Hij houdt zichzelf wakker door druk te doen, totdat het echt niet meer gaat en hij ook in slaap valt. Ik ken deze nachtmerries maar al te goed. Ik val niet in slaap zonder het beeld van Ariëlla in onze schuilkamer voor mij te zien, het staat op mijn netvlies gebrand.

Ze huilt, probeert zichzelf te verstoppen, maar meer als haar kleine armen heeft ze niet, ze wiegt zichzelf, huilt en is bang dat het leven zo over is. In mijn eigen nachtmerrie sta ik mijn kinderen te bewonderen in minikistjes. Iets wat helemaal niet kan, want ze zijn echt al veel groter, te groot voor die kistjes en ze groeien, ze mogen nog groeien, het was hun tijd nog niet.

Ik word wakker, rol bijna uit bed. Er wordt mij geen strobreedte gegund hier. Ik weet het, ik zou een van de kinderen moeten verplichten in het vrije bed te gaan slapen, maar Gd weet dat ik dat zelf niet kan. Want heel stiekem ben ik misschien wel diegene die het nodig heeft dat zij mij zo erg nodig hebben.

Dealen met demonen

Nathan, ga je zo slapen? Ik zie dat er licht van zijn telefoon afkomt, hij kijkt nog wat filmpjes. Ik weiger op de klok te kijken hoe laat het is, ik wil het gewoon niet weten. Ook hij heeft zijn eigen manier gevonden om te dealen met de demonen die hem achtervolgen. Morgen is er weer een dag om nergens heen te gaan dus ik laat hem gaan. Morgen slaapt hij het wel bij. Ik val weer in slaap, dromend aan een tijd van normale dingen.

Verjaardag

Tijdens ons bezoek aan Nederland ben ik ook nog jarig. Ik heb het nooit groots gevierd, weer een jaar erbij, steeds maar ouder worden. Als ik ouder word, betekent dat dat ook de mensen om mij heen ouder worden. Ik zou dat graag willen uitstellen en hoewel dat onmogelijk is, probeer ik het in ieder geval te negeren. Dit jaar staat m’n hoofd er al helemaal niet naar. Ik wil het gewoon weer voorbij laten gaan.

Mijn land is in oorlog, zoveel mensen al dood, zoveel jonge soldaten al gesneuveld die nooit meer een verjaardag zullen vieren. Dan realiseer ik mij dat al die jonge soldaten die vechten voor Israël dat ook voor mij doen. Ik bedenk me hoe mijn leven zo anders had kunnen verlopen, had kunnen eindigen, maar dat dat om welke reden dan ook niet is gebeurd, niet op 7 oktober.

Het leven vieren

Ik ben nu wel verplicht het leven te vieren. En ik besluit dat ik vanaf nu ieder nieuw levensjaar zal omarmen en het zelfs zal vieren dat ik ouder word. Ouder worden hoort erbij, ouder worden mag nog en daar ben ik nog nooit zo dankbaar voor geweest.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van devrijdagavond.com.

Documentaire 'Leven onder dreiging'

In deze documentaire uit onze reeks 'Israël in Focus' vertellen Mirjam en Raymond hoe het is om vlakbij de Gazastrook te wonen. Deze aflevering is voor 7 oktober opgenomen. Bekijk het hier:

De auteur

Mirjam Reijnen

Doneren
Abonneren
Agenda